Doorgaan naar content

Leren leerlingen meer nieuwe woorden uit moeilijke teksten?

Leerlingen leren niet automatisch meer nieuwe woorden uit teksten met veel onbekende woorden. Onderzoek suggereert dat ze juist meer woorden oppikken wanneer ze het grootste deel van de tekst al begrijpen. Zo kunnen ze de betekenis van onbekende woorden gemakkelijker uit de context afleiden. Ook helpt het wanneer leerlingen nieuwe woorden herhaaldelijk en in verschillende contexten tegenkomen. 

Het is niet duidelijk welk aantal of aandeel onbekende woorden in een tekst het meest gunstig is om nieuwe woorden te leren. Hier is namelijk nauwelijks onderzoek naar gedaan. Uit één studie kan worden afgeleid dat leerlingen meer nieuwe woorden leren uit teksten die voor een groter deel uit bekende woorden bestaan dan uit teksten met een kleiner aandeel bekende woorden. Tekstbegrip lijkt hierbij een rol te spelen: als de context voldoende duidelijk is, kunnen leerlingen de betekenis van nieuwe woorden daar gemakkelijker uit afleiden. Verder helpt het als leerlingen nieuwe woorden vaker en in verschillende contexten tegenkomen. Op die manier wordt er steeds nieuwe informatie over het woord toegevoegd aan de al bestaande kennis over het woord.  

Iemands woordenschat is te zien als een netwerk van kennis over woorden en betekenissen of concepten, opgeslagen in het langetermijngeheugen. Wie een nieuw woord leert, voegt hier nieuwe kennis aan toe en koppelt die aan kennis die al eerder is opgedaan. We maken een onderscheid tussen receptieve en expressieve woordenschat (Tiebout et al., 2023). Receptieve woordenschat omvat alle woorden die iemand begrijpt (meestal de grootste woordenschat). Expressieve woordenschat zijn de woorden die iemand zelf actief gebruikt bij spreken of schrijven. 

Kinderen leren nieuwe woorden onder andere door zelf teksten te lezen of voorgelezen te worden (Merchie et al., 2019; Mol & Bus, 2011). Voor de ontwikkeling van de woordenschat is het belangrijk dat zij teksten aangeboden krijgen met een rijk en gevarieerd woordenaanbod, waarin ook woorden staan die zij nog niet kennen of die minder frequent voorkomen (Adams, 2010; Berardo, 2006; Kennisrotonde, 2024a; Taalunie, z.d.; Tiebout et al., 2023). Als het om voorlezen gaat is het tevens belangrijk dat nieuwe woorden wordt uitgelegd door de leraar (Tiebout et al., 2023).  

Een rijke woordenschat groeit door nieuwe woorden te leren 

Het is niet duidelijk welk aantal of aandeel onbekende woorden in een tekst het meest gunstig is om leerlingen nieuwe woorden uit de tekst te laten leren. Hier is namelijk nauwelijks onderzoek naar gedaan. Wel zijn er aanwijzingen dat leerlingen nieuwe woorden leren als zij teksten lezen die veel bekende woorden, maar ook een zeker aandeel onbekende woorden bevatten. Dit komt naar voren uit een onderzoek waarin leerlingen (in elk geval op korte termijn) meer nieuwe woorden bleken te leren wanneer ze een groter deel van de woorden uit een tekst al kenden (Goossens & Vermeer, 2009). In dit onderzoek kregen leerlingen uit het vierde leerjaar zes verschillende informatieve en verhalende teksten van elk 300 à 400 woorden te lezen, met variërende verhoudingen tussen bekende en onbekende woorden. Leerlingen maakten voor en nadat ze de teksten lazen een woordenschattoets die specifieke woorden uit de teksten bevatte. Bij teksten die voor minimaal 89% uit bekende woorden bestonden, kenden de leerlingen bij de toets na het lezen van de teksten gemiddeld minimaal één nieuw woord. Bij lagere percentages van bekende woorden in de tekst was deze leerwinst kleiner. Het is echter niet bekend of dezelfde uitkomsten ook gelden voor andere leeftijdsgroepen, langere teksten of andere soorten woorden. Daarnaast is niet onderzocht of deze nieuwe woorden ook in het langetermijngeheugen werden opgenomen, waardoor niet met zekerheid gezegd kan worden of de leerlingen echt hun woordenschat uitbreidden.  

Voor opname in het langetermijngeheugen en dus in de woordenschat is het belangrijk dat leerlingen dezelfde nieuwe woorden regelmatig tegenkomen in verschillende contexten (Taalunie, z.d.). Dit kan bijvoorbeeld door meerdere rijke teksten over een onderwerp te lezen en/of te bespreken. Als leerlingen een woord vaker horen, zien of zelf gebruiken, wordt de kans groter dat het goed in hun langetermijngeheugen wordt opgeslagen (Dickinson et al., 2019; Murphy et al., 2009; Kennisrotonde, 2024b). Verder is het belangrijk dat een tekst een goede balans heeft tussen vaak gebruikte en minder vaak gebruikte woorden (Taalunie, z.d.). 

Een goed tekstbegrip helpt om nieuwe woorden te leren 

Het leren van nieuwe woorden uit teksten lijkt niet alleen samen te hangen met het aandeel al bekende woorden in een tekst, maar ook met de mate waarin lezers begrijpen wat de tekst als geheel betekent (Cain et al., 2004; Suggate et al., 2018). Ook uit het onderzoek van Goossens en Vermeer bleek een relatie tussen tekstbegrip en hoeveel nieuwe woorden leerlingen leren.  

Swart en Verhoeven (2022) beredeneren de relatie tussen woordenschat, tekstbegrip en het leren van nieuwe woorden als volgt: als een leerling veel woorden uit de tekst kent, helpt dit om de tekst beter te begrijpen, en een beter tekstbegrip zorgt er weer voor dat de leerling gemakkelijker nieuwe woorden uit de tekst leert. Het is dan aannemelijk dat leerlingen de betekenis van nieuwe woorden beter kunnen afleiden wanneer ze veel van de omringende woorden kennen en wanneer ze de tekst beter begrijpen. Tegelijkertijd is hun tekstbegrip beter als zij meer woorden uit de tekst kennen (zie ook Goossens & Vermeer, 2009; Hsueh-Chao & Nation, 2000; Laufer, 1989; Laufer & Ravenhorst-Kalovski, 2010; Schmitt et al., 2011).  

Uit onderzoek blijkt verder dat leerlingen die veel lezen, bijvoorbeeld in hun vrije tijd, een grotere woordenschat ontwikkelen (Merchie et al., 2019).  

Bronnenlijst

  • Adams, M. J. (2011). Advancing our students' language and literacy: The challenge of complex texts. American Educator, 34(4), 3-11.  

  • Berardo, S. (2006). The use of authentic materials in the teaching of reading. The Reading Matrix, 6(2), 60-69.  

  • Cain, K., Oakhill, J., & Lemmon, K. (2004). Individual differences in the inference of word meanings from context: The influence of reading comprehension, vocabulary knowledge, and memory capacity. Journal of educational psychology, 96(4), 671-681.  

  • Dickinson, D. K., Nesbitt, K. T., Collins, M. F., Hadley, E. B., Newman, K., Rivera, B. L., Ilgez, H., Nicolopoulou, A., Golinkoff, R. M., & Hirsh-Pasek, K. (2019). Teaching for breadth and depth of vocabulary knowledge: Learning from explicit and implicit instruction and the storybook texts. Early Childhood Research Quarterly,47, 341-356. 

  • Goossens, N., & Vermeer, A. (2009). Wat is een optimale tekstdekking? Woordkennis en tekstbegrip in groep 6. Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, 82(1), 81–92. 

  • Hsueh-Chao, M. H., & Nation, P. (2000). Unknown vocabulary density and reading comprehension. Reading in a Foreign Language, 13(1), 403–430. 

  • Kennisrotonde. (2024a). Wat is de invloed van het gebruik van rijke taal en rijke teksten op de taalvaardigheden van basisschoolleerlingen? (KR. 2050). https://kennisrotonde.nl/vragen/2050 

  • Kennisrotonde. (2024b). Welke didactiek en werkvormen t.a.v. woordenschat dragen eraan bij dat de woordkennis van leerlingen vanaf groep 4 toeneemt en beklijft? (KR. 2051). https://kennisrotonde.nl/vragen/2051 

  • Laufer, B. (1989). What percentage of text-lexis is essential for comprehension? In C. Laurén & M. Nordman (Eds.), Special language: From humans thinking to thinking machines (pp. 316–323). Multilingual Matters. 

  • Laufer, B., & Ravenhorst-Kalovski, G. C. (2010). Lexical threshold revisited: Lexical text coverage, learners’ vocabulary size and reading comprehension. Reading in a Foreign Language, 22(1), 15–30.Merchie, E., Gobyn, S., de Bruyne, E., de Smedt, F., Schiepers, M., Vanbuel, M., Ghesquière, P., van den Branden, K., & Keer, H. van. (2019). Effectieve, eigentijdse begrijpend leesdidactiek in het basisonderwijs:  Wetenschappelijk eindrapport van een praktijkgerichte literatuurstudie. Vlaamse Onderwijsraad (VLOR). Raadpleegbaar via: Https://Www.Vlor.Be/Publicaties/Praktijkgericht-Onderzoek/Sleutels-Voor-Effectief-Begrijpend-Lezen. 

  • Mol, S. E., & Bus, A. G. (2011). To read or not to read: A meta-analysis of print exposure from infancy to early adulthood. Psychological Bulletin, 137(2), 267–296. 

  • Murphy, P. K., Wilkinson, I. A. G., Soter, A. O., Hennessey, M. N., & Alexander, J. F. (2009). Examining the effects of classroom discussion on students’ comprehension of text: A meta-analysis. Journal of Educational Psychology, 101(3), 740–764. 

  • Schmitt, N., Jiang, X., & Grabe, W. (2011). The percentage of words known in a text and reading comprehension. The Modern Language Journal, 95(1), 26–43. 

  • Suggate, S., Schaughency, E., McAnally, H., & Reese, E. (2018). From infancy to adolescence: The longitudinal links between vocabulary, early literacy skills, oral narrative, and reading comprehension. Cognitive Development, 47, 82–95. 

  • Swart, N., & Verhoeven, L. (2022). Zonder woordkennis geen begrip. In T. Houtveen & R. van Steensel (Eds.), De zeven pijlers van onderwijs in begrijpend lezen (pp. 37–57). Eburon/Stichting Lezen. 

  • Taalunie. (z.d.). Rijke teksten: veelgestelde vragen. https://www.rijketeksten.org/aan-de-slag-met-rijke-teksten/wat 

  • Tiebout, K., Verachtert, P., Geudens, A., Schraeyen, K., Bellens, K., Taelman, H., Trioen, M., Casteleyn, J., Simons, M., &  Smits, T. F. H. (2023). Les in lezen. Inspiratiegids voor effectief leesonderwijs in het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Universiteit Antwerpen. 

Gelieve naar deze vraag te verwijzen als:

Leerpunt (2026). Leren leerlingen meer nieuwe woorden uit moeilijke teksten? https://leerpunt.be/vraagpunt/alle-vragen/nieuwe-woorden-moeilijke-teksten

Deze vraag verscheen eerder al bij NKO/Kennisrotonde en werd met toestemming herwerkt door Leerpunt voor het Vlaamse onderwijsveld. Niet reproduceren of overnemen zonder bronvermelding.