Op deze pagina vind je:
Wat is evidence-informed onderwijs? - spring
Hoe ziet het model voor evidence-informed onderwijs eruit? - spring
Hoe gebruik je het evidence-informed model? - spring
Waarom zou je evidence-informed werken? - spring
Wat zijn de voordelen van evidence-informed werken in jouw klaspraktijk? - spring
Hoe vind je de wetenschappelijke kennis om te gebruiken? - spring
Wat is er nodig om van evidence-werken ook in jouw team een succes te maken? - spring
Materialen die evidence-informed werken ondersteunen - spring
Hoe kwam dit evidence-informed model tot stand? - spring
Wat is evidence-informed onderwijs?
Evidence-informed onderwijs betekent dat je onderbouwde beslissingen neemt die steunen op informatie uit verschillende bronnen en op verschillende perspectieven. Die beslissingen implementeer je volgens een procesmatig, cyclisch proces.
De kennisbronnen voor elke onderwijsprofessional zijn:
Eigen ervaringen (praktijkkennis)
Wetenschappelijke kennis
Data verzameld in de eigen context
Perspectieven die je meeneemt in de beslissing zijn onder meer die van collega’s, ouders en/of leerlingen.
Volgens een cyclisch proces test je de gemaakte plannen in je klas, monitort de resultaten, reflecteert met collega’s en stuurt bij. Wat je hebt geleerd, deel je met je collega’s en je verankert de nieuwe inzichten in jouw praktijk.
Het model voor evidence-informed werken
Klik op het interactieve model om meer info te krijgen over de verschillende fases en onderdelen.
Kennisdeling en borging
In deze fase denk je na over hoe je inzichten en materialen overdraagt, zodat ze niet verdwijnen met het pilootproject of het initiatief, maar blijven leven in de werking van de klas, het team of de school. Je maakt keuzes over wat je wil behouden, structureel inbedden, verbreden of delen. Dat kan gaan over afspraken, materialen, werkwijzen, inzichten of een manier van samenwerken.
Contextanalyse en probleemdefiniëring
In de fase van ‘contextanalyse en probleemdefiniëring’ probeer je het probleem of de uitdaging te benoemen, te begrenzen en te doorgronden. Soms doen meerdere problemen zich tegelijk voor en is afbakening nodig om gericht aan een uitdaging te kunnen werken. Tegelijk onderzoek je waarom je hiermee aan de slag wil.
Door zorgvuldig te verkennen wat er speelt én waarom dit ertoe doet, leg je een sterke basis voor gerichte, onderbouwde verbetering.
Onderzoeksvragen en doelen
In de fase ‘Onderzoeksvragen en doelen’ bepaal je wat je precies wil te weten komen, én welk doel je wil bereiken. Vaak formuleer je ook één of meerdere hypotheses: voorlopige veronderstellingen over mogelijk oorzaken die je in de volgende fases zal toetsen of bijstellen. Gebruik deze fase ook om tot een gemeenschappelijke taal te komen en onderzoek of iedereen hetzelfde begrijpt onder de termen in je vraag.
Informatieverzameling en interpretatie
Informatie verzamelen en interpreteren om verder zicht te krijgen op je praktijkvraag. Je zoekt naar patronen, verschillen, tegenstrijdigheden of verrassende inzichten. Belangrijk is dat je niet enkel bevestiging zoekt voor wat je al vermoedde, maar ruimte laat voor nuance, verrassing of complexiteit. Je kijkt naar wat gegevens je wél én niet vertellen en verbindt ze met je context en praktijkkennis.
Plan en ontwerp
Wat gaan we doen, met wie, wanneer en hoe? Je vertaalt je inzichten naar acties of aanpakken die passen bij je doelen én je context (klas, school, team). Dat kan een volledig projectplan zijn, of een eerste gerichte aanpassing. Belangrijk is dat het plan bewust gekozen, onderbouwd én afgestemd is op de situatie en de inzichten uit de vorige stap.
Implementatie en feedbacklussen
Implementeren binnen evidence-informed werken is méér dan uitvoeren wat op papier staat. Je organiseert tussentijdse feedbacklussen: momenten waarop je bewust stil staat bij wat er gebeurt, hoe het loopt en wat dat betekent en je feedback verzamelt van verschillende betrokkenen.
Evaluatie en reflectie
In deze fase neem je bewust tijd om terug te blikken. Je kijkt zowel naar zichtbare resultaten als naar de ervaren invloeden op leerlingniveau, klaspraktijk, teamwerking of schoolcultuur. Evalueren betekent ook reflecteren op het proces zelf: hoe zijn we als team gegroeid, waar hebben we bijgeleerd, waar liep samenwerking stroef? Deze combinatie van resultaatgericht terugkijken én lerend reflecteren geeft betekenis aan wat je samen hebt opgebouwd.
Leerkracht
Het perspectief van de leerkracht is één van de blikken die kan meegenomen worden in het proces om tot gedragen onderwijsbeslissingen te komen.
Verschillende perspectieven combineren noemen we in het model ‘multiperspectivisme’ en je leest er hier meer over:
Leerling
Het perspectief van de leerling is één van de blikken die kan meegenomen worden in het proces om tot gedragen onderwijsbeslissingen te komen.
Verschillende perspectieven combineren noemen we in het model ‘multiperspectivisme’ en je leest er hier meer over:
School
Het perspectief van de school (schoolleiding, beleidsteam, …) is één van de blikken die kan meegenomen worden in het proces om tot gedragen onderwijsbeslissingen te komen.
Verschillende perspectieven combineren noemen we in het model ‘multiperspectivisme’ en je leest er hier meer over:
Praktijkkennis
Praktijkkennis is de kennis die de onderwijsprofessional vergaart via ervaringen, vaststellingen of waarnemingen in zijn of haar onderwijspraktijk. Het is één van de drie kennisbronnen waarop evidence-informed werken steunt. Het combineren van deze kennis met wetenschappelijke inzichten en data, noemen we triangulatie.
Data
Data geven inzicht in wat er daadwerkelijk gebeurt in jouw klas of school, en helpen om patronen, successen en knelpunten te herkennen. Het is één van de drie kennisbronnen waarop evidence-informed werken steunt. Het combineren van deze kennis met wetenschappelijke inzichten en ervaring uit de praktijk, noemen we triangulatie.
Wetenschappelijke kennis
Wetenschappelijke kennis over wat werkt in leren en lesgeven is één van de drie kennisbronnen waarop evidence-informed werken steunt. Het combineren van deze kennis met data en ervaring uit de praktijk, noemen we triangulatie.
Hoe gebruik ik het evidence-informed model?
Het evidence-informed model bevat drie belangrijke onderdelen: de kennisbronnen (driehoek), de perspectieven rond de kennisbronnen (schijf) en het cyclische proces errond (de cirkel).
Je start met het verzamelen van informatie, die je vanuit verschillende invalshoeken bekijkt en die leiden tot beslissingen in je onderwijspraktijk, die je in een cyclisch proces test, monitort en bijstuurt. Nieuwe inzichten verspreid en veranker je vervolgens in jouw praktijk.
-
1De kennisbronnen (driehoek)
Evidence-informed werken steunt op onderbouwde beslissingen, die gebaseerd zijn op zowel de eigen ervaringen, wetenschappelijke kennis én data die je verzamelt in jouw context. Die drie kennisbronnen combineren om tot hypotheses te komen noemen we ‘triangulatie’.
-
2De perspectieven rond de kennisbronnen (schijf)
Verschillende blikken op dezelfde informatie richten, leidt tot een vollediger en dus accurater beeld van wat er speelt en wat er zou kunnen werken in jouw context. Dit noemen we ‘multiperspectivisme’.
-
3Het cyclisch proces errond (cirkel)
Evidence-informed onderwijs is geen eenmalige actie maar een systematisch en cyclisch proces. Door de fasen te doorlopen, kan je onderbouwd beslissen. Let wel: deze zeven fasen zijn geen rigide stappenplan dat moet doorlopen worden, maar een denkkader om de complexiteit van onderwijs hanteerbaar te maken. Dit proces verloopt ook zeker niet altijd lineair: heen en weer gaan tussen bepaalde fasen is normaal.
De vragen die bij de fasen staan, zijn ter inspiratie of om te starten en zijn niet de enige invulling van de fasen.
Waarom zou ik evidence-informed werken?
Door te werken met zowel verzamelde data, wetenschappelijke kennis als eigen ervaringen, neem je beslissingen die jouw onderwijspraktijk doelgericht ondersteunt. Tegelijkertijd reflecteer je over welke van deze beslissingen wel en niet werken in jouw context en stuur je eventueel bij. Zo maak je jouw onderwijs in z’n geheel ook kwaliteitsvoller.
Voordelen van evidence-informed werken
Tijdwinst: je verliest geen tijd aan een lesaanpak die niet werkt.
Meer vertrouwen in je aanpak: je weet waarom je iets doet.
Robuuste onderbouwing: je trekt geen conclusies op basis van één gesprek, observatie of toets.
Sterkere professionele dialoog: een evidence-informed houding stimuleert teams om samen te reflecteren.
Meer leerwinst bij je leerlingen.
Hoe vind je de wetenschappelijke kennis om te gebruiken?
1. Waarom is wetenschappelijke kennis belangrijk?
Wetenschappelijke kennis geeft ons inzichten die verder reiken dan onze dagelijkse praktijk. Ze komt voort uit systematisch onderzoek naar onderwijs en leren van leerlingen, en brengt patronen en werkzame principes aan het licht die herhaaldelijk en in verschillende contexten effectief bleken (Nelson & Campbell, 2019). Door relevant onderzoek te lezen, professionaliseer je jezelf én werk je onderbouwd aan onderwijsverbetering binnen een reflectieve schoolcultuur.
Geen enkel onderzoek is echter universeel toepasbaar: elk onderzoek vond plaats binnen een specifieke context. Daarom is het belangrijk om onderzoeksresultaten te vertalen naar je eigen realiteit. Onderzoek dus in hoeverre de gevonden kennis van toepassing is op jouw eigen context en bespreek dit met collega’s. Dit bevordert een reflectieve dialoog tussen leerkrachten, waarbij jullie gezamenlijk reflecteren en leren.
Daarom stimuleert Leerpunt een triangulatie van bronnen:
Wetenschappelijke kennis biedt een breder perspectief en toont wat elders werkte.
Data uit jouw schoolcontext geven zicht op je eigen leerlingen en omgeving.
Praktijkkennis brengt de dagelijkse realiteit in beeld.
Door deze drie kennisbronnen te combineren, neem je onderbouwde beslissingen om de praktijk en leeromgeving te verbeteren.
Wetenschappelijke kennis helpt je om beter te begrijpen wat werkt, maar ook waarom, voor wie en in welke context.
2. Hoe begin je met het zoeken van wetenschappelijke kennis?
De eerste stap in het inzetten van relevant wetenschappelijk onderzoek is je praktijkvraag omzetten in een gerichte leervraag. Misschien merk je dat leerlingen minder gemotiveerd zijn om te lezen. Of dat een nieuwe didactische aanpak niet oplevert wat je hoopte. Dat zijn waardevolle vertrekpunten voor onderzoek. Hoe concreter je startpunt, hoe gerichter en toepasbaarder de gevonden wetenschappelijke kennis is voor jouw onderwijspraktijk. Dit zal automatisch leiden tot betere onderbouwde keuzes en effectieve verbeteringen in je klaslokaal.
Stap 1: Formuleer je praktijkvraag
In de eerste stap omschrijf je concreet het probleem, de doelgroep en/of de uitdaging die je wil aanpakken zoals hij zich nu voordoet.
Bijvoorbeeld:
“Onze leerlingen uit het vijfde leerjaar lezen minder vlot dan vorig jaar.”
“De betrokkenheid bij groepswerk daalt in de tweede graad secundair onderwijs.”
Stap 2: Vertaal naar een leervraag
Als je je praktijkvraag formuleerde, onderzoek je eerst welke informatie je nodig hebt om dit praktijkprobleem aan te pakken: welke kennis heb ik al, wat weten mijn collega’s hierover? Welke kennis hebben we, naast onze eigen voorkennis, nog nodig? Bijvoorbeeld: je weet zelf dat er onderzoek bestaat over interactieve leesmethoden maar je weet niet goed hoe hieraan te beginnen. Of, je collega merkt op dat de motivatie van de leerlingen tijdens projecten op school wel hoog is.
Hier kan je verder mee aan de slag. Je bepaalt welke begrippen belangrijk zijn in combinatie met je praktijkprobleem om zo een concrete, onderzoekbare vraag te formuleren:
Hoe kunnen interactieve leesmethoden de leesvaardigheden van leerlingen in het vijfde leerjaar verbeteren?
Welke impact heeft projectmatig werken op de motivatie van leerlingen uit de tweede graad secundair onderwijs?
Tip: Een scherpe, afgebakende vraag maakt het makkelijker om relevante en betrouwbare kennis te vinden. Je beschrijft hierbij zo specifiek mogelijk het ontwerp (bv. Welke sociale media precies?), geeft contextinformatie (bv. Tot welk onderwijsniveau of welke doelgroep heeft jouw vraag betrekking?) en stelt enkelvoudige vragen.
Stap 3: Zoek gericht naar kennis
Je maakt gebruik van de kernbegrippen uit je kennisvraag om zoektermen te formuleren. Denk aan termen als interactieve leesmethode, coöperatief leren, projectmatig werken, leesmotivatie, differentiatie, motivatie, feedbackstrategieën, …
Nadien ga je verder op zoek naar synoniemen voor deze kernbegrippen of schrijf een aantal verwante begrippen op. Het kan helpen om het wetenschappelijk onderzoek dat je al vond te screenen of de literatuur- of bronnenlijst van het onderzoek na te kijken op kernbegrippen.
Wanneer je klaar bent met deze stap, schrijf je alle kernbegrippen neer en ga systematisch op zoek naar wetenschappelijk onderzoek door gebruik te maken van deze begrippen. Vergeet je doelgroep en context niet te vermelden bij je zoekopdracht. Enkel zo krijg je specifieke resultaten die aansluiten bij jouw onderwijspraktijk.
Tip: Start met een klein aantal bronnen. (zie verder voor enkele tips!)
3. Waar vind je betrouwbare bronnen?
Er bestaat een overvloed aan kennis, maar niet alles is even betrouwbaar of relevant. Daarom is het belangrijk te weten waar je hoogwaardig en toegankelijk onderzoek kan vinden. Er zijn zowel Nederlandstalige als Engelstalige bronnen, bronnen die originele wetenschappelijke publicaties verzamelen of bronnen die bestaand wetenschappelijk onderzoek samenvatten en/of vertalen naar de praktijk. Hieronder vind je een heel aantal relevante bronnen die toegankelijk en betrouwbaar zijn:
Nederlandstalige bronnen
Leerpunt heeft als doel, onder andere, de ontwikkeling van een onafhankelijke, toegankelijke en wetenschappelijk onderbouwde kennisbasis over wat werkt op het vlak van didactisch handelen, rekening houdende met diverse contexten en leermiddelen en de vertaling van deze kennisbasis naar de Vlaamse klas- en schoolpraktijk om leraren te ondersteunen in hun dagelijkse onderwijspraktijk.
Kennisrotonde (NRO) beantwoordt praktijkvragen met samengevatte onderzoeksinzichten en vertaalt die naar bruikbare adviezen voor leraren en scholen.
Pedagogische Studiën is een open-access, peer-reviewed tijdschrift van VOR en VFO dat resultaten van onderwijsonderzoek toegankelijk maakt.
School- en klaspraktijk biedt pedagogisch-didactische achtergrondinformatie, lesideeën en reflecties voor het lager onderwijs.
Meertaal publiceert inspirerende bijdragen over taaldidactiek en taalonderwijs.
Fons richt zich op leraren Nederlands in Vlaanderen met tips en praktijkverhalen.
Tijdschrift voor Remedial Teaching geeft concrete inzichten over diagnostiek, remediëring en begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsnoden.
Engelstalige bronnen
Teaching and Learning Toolkit (Education Endowment Foundation) bundelt overzichtelijke samenvattingen van effectieve interventies, met info over bewijssterkte en kostprijs.
Evidence for ESSA (Johns Hopkins University) toont welke educatieve interventies bewezen effectief zijn.
Usable Knowledge (Harvard Graduate School of Education) vertaalt onderzoek naar herkenbare verhalen en concrete toepassingen.
Project Zero (Harvard Graduate School of Education) voorziet in tools en materialen die leraren kunnen gebruiken.
Edutopia deelt onderzoek en praktijkvoorbeelden rond thema’s als projectgericht leren, formatieve evaluatie en sociaal-emotioneel leren.
The Learning Scientists publiceren toegankelijke uitleg en posters over bewezen effectieve leerstrategieën. Er zijn ook een aantal in het Nederlands vertaalde posters beschikbaar.
Teacher (Australian Council for Educational Research) biedt infographics en columns waarmee inzichten uit onderwijsonderzoek gedeeld worden.
Best Evidence Encyclopedia bevatten samenvattingen van educatieve interventies die op grond van wetenschappelijk onderzoek het stempel ‘bewezen effectief’ hebben gekregen.
What Works Clearinghouse geeft een overzicht van educatieve programma’s, producten en beleidsmaatregelen die op grond van wetenschappelijk onderzoek het stempel ‘bewezen effectief’ hebben gekregen.
The Meadows Center for preventing educational risk ontwikkelt gidsen, lesplannen, video's, hand-outs en ander praktisch materiaal dat is afgestemd op de nieuwste onderzoeksresultaten
Zoekplatformen
Google Scholar is een krachtige zoekmachine voor wetenschappelijke publicaties.
ResearchGate is een website waar veel onderzoekers hun publicaties gratis delen.
Naast deze websites kan je ook met behulp van AI toepassingen op zoek naar wetenschappelijke literatuur rond een bepaald onderwerp. Wees echter alert, want niet alle AI toepassingen zijn even betrouwbaar als het aankomt op het opzoeken en genereren van wetenschappelijke referenties.
Betrouwbaarheid interpreteren van andere bronnen
Uiteraard is het mogelijk dat je zoekresultaten je naar andere websites of wetenschappelijk onderzoek leiden. Het is dan belangrijk dat je de zoekresultaten op een goede manier kan interpreteren, zelfs nog voor je de artikels begint te lezen. Hiervoor kan je bijvoorbeeld de CRAAP-test gebruiken (Blakeslee, 20042).
C – Actualiteit (currency): Is de informatie recent genoeg voor je onderwerp?
R – Relevantie (relevance): Helpt de informatie jou echt bij je vraag?
A – Betrouwbaarheid (authority): Wie heeft dit geschreven? Kun je ze vertrouwen?
A – Nauwkeurigheid (accuracy): Kloppen de feiten en staan er bronnen bij?
P – Doel (purpose): Wil de bron informeren, of iets verkopen of overtuigen?
Tip: Stoot je op een betaalmuur? Zoek de auteur op via e-mail of hun universiteitspagina. Onderzoekers delen hun werk vaak graag met leraren.
4. Hoe kan je deze kennis toepassen in je praktijk?
De echte meerwaarde van wetenschappelijke kennis zit in de vertaling naar jouw eigen klas- of schoolpraktijk.
Interpreteer wetenschappelijk onderzoek
Het is niet nodig elk artikel van begin tot einde te lezen. Werk bijvoorbeeld in drie leesrondes, waarbij je telkens een beetje dieper gaat. Eerst snel oriënteren (titel en samenvatting), dan globaal lezen (inleiding en conclusie) en pas daarna intensief lezen en notities nemen bij de meest relevante teksten. Na elke ronde beslis je of het artikel verder de moeite is. Niet-relevante teksten kan je zo meteen opzij leggen.
Oriënterend: bekijk de titel, de samenvatting (abstract) en de belangrijkste trefwoorden. Zo krijg je snel een idee of het artikel relevant is. Vraag jezelf hierbij af: “Past dit bij mijn vraag?”, “Lijkt dit over mijn onderwerp te gaan?”.
2. Globaal: Lees daarna de inleiding en de conclusie om te begrijpen wat het onderzoek precies onderzocht en welke resultaten het opleverde. Wat was de onderzoeksvraag of het probleem? Waarom deden de onderzoekers dit onderzoek? Stel jezelf opnieuw de vraag: “Sluit dit aan bij mijn leervraag?”, “Wat kan ik hiermee in mijn klas?”
3. Intensief: Lees enkel de artikels die helemaal aansluiten bij jouw vraag. Neem eventueel notities van wat belangrijk is voor jouw onderwerp.
Bekijk kort hoe het onderzoek gedaan is (methode / methods)Deze informatie vind je in de methode (of methods): Wie of wat is onderzocht? Wat is er precies gemeten of geobserveerd? Denk niet dat je alles hoeft te begrijpen – kijk vooral naar het “wie”, “wat”, “waar”. Hieruit kan je de context en de doelgroep van het onderzoek afleiden en kan je deze vergelijken met je eigen onderwijscontext.
Bekijk de resultaten (results): Wat hebben de onderzoekers gevonden? Zijn er tabellen of grafieken? Probeer in simpele bewoordingen op te schrijven: “Ze zagen dat …” of “Het bleek dat …”.
Lees de discussie en conclusie (discussion & conclusion): Wat betekenen de resultaten volgens de auteurs? Zetten ze resultaten in verband met de oorspronkelijke vraag? Zien zij beperkingen in het onderzoek (wat niet goed ging) en stellen ze vervolgonderzoek voor?
Beoordeel tot slot of het artikel betrouwbaar is en nuttig is voor jou en jouw specifieke onderwijscontext en leervraag? Sluit de inhoud aan bij jouw onderwerp of vraag? Is de auteur of instelling geloofwaardig? Zijn de resultaten duidelijk en is er aandacht voor beperkingen? Let op: alleen omdat iets ‘wetenschappelijk’ klinkt, betekent het niet automatisch dat het perfect is.
Op die manier hoef je niet alles te lezen maar ga je gericht en efficiënt om met wetenschappelijke teksten.
Tip: Een leeswijzer, waarin je kort notities maakt, kan je helpen een overzicht te bewaren en snel terug te vinden wat je waar gelezen hebt.
Vertaal de inzichten naar je eigen context
De inzichten uit de literatuur die je vond, zijn geen recepten die je volledig kan volgen van a tot z. De inzichten bieden inspiratie
Gebruik de inzichten uit onderzoek niet als recepten, maar als inspiratie. Blijf kritisch stil staan bij je eigen onderwijscontext en stel jezelf volgende vragen:
Wat herken ik uit mijn eigen praktijk?
Wat is vergelijkbaar met mijn context?
Wat vraagt aanpassing?
Reflecteer en deel
Nadat je de inzichten vertaalde naar je eigen context, kan je dit gaan bespreken met collega’s. In het model voor evidence-informed onderwijs verwijzen Van den Rym en collega’s (2025) hiervoor naar het multiperspectivisme. Op deze manier verkrijg je een vollediger en accurater beeld van wat de literatuur voor jouw onderwijspraktijk kan betekenen. Het is mogelijk dat je collega’s nieuwe elementen aanbrengen waar je zelf nog niet aan dacht. Door het betrekken van anderen in deze fase, organiseer je een reflectieve dialoog: wat werkt, waarom, in welke context, en wat kunnen we verbeteren? Die gezamenlijke reflectie versterkt jullie professionaliteit en schoolcultuur.
Experimenteer en evalueer
Je kiest uiteindelijk best voor één concrete actie als startpunt. Deze kan je gaan uitproberen, de effecten gaan observeren, data verzamelen en de resultaten bespreken in je team. Zo bouw je stap voor stap aan duurzame onderwijsverbetering. Het procesmatig evidence-informed werken, beschreven door Van den Rym en collega’s (2025) kan je handvaten bieden om dit op een systematische manier te doen.
Leerpunt ondersteunt je met leidraden, toolkits, praktijkverhalen en aanvullende materialen die helpen om de brug te slaan tussen theorie en praktijk. Ze bieden wetenschappelijke inzichten én praktische handvatten om zelf aan de slag te gaan.
Fundamenten voor succes
Hoe kan je er nu voor zorgen dat evidence-informed werken leidt tot de resultaten die vooropgesteld worden?
Daarvoor werken een aantal belangrijke fundamenten geïdentificeerd uit de literatuurstudie om evidence-informed onderwijspraktijken te bevorderen en succesvol te maken. Deze hoeven niet allemaal meteen aanwezig zijn, maar er moet wel aan gewerkt worden.
Materialen die werken met het evidence-informed model ondersteunen
Samen met het model ontwikkelde het team van de VUB ook materialen die het gebruik van het model ondersteunen.
* Inspiratiegids ‘Evidence-informed onderwijs in Vlaanderen en Brussel’
Een toegankelijke en uitgebreide publicatie die jou gidst in het evidence-informed werken, en alle stappen, onderdelen en fundamenten voor succes helder toelicht.
Momenteel enkel te downloaden in een voorlopige versie: de lay-out wordt nog gefinetuned.
Dat geeft ons wel de unieke kans om feedback te verzamelen van een representatieve groep onderwijsprofessionals op het ontwerp via dit formulier.
Wil je als eerste op de hoogte gebracht worden van een nieuwe versie? Schrijf je hier in voor deze mail.
* Praatplaat (‘poster’)
De praatplaat is een poster met als specifiek doel professionalisering rond evidence-informed werken in het onderwijs te ondersteunen. Het is dus een hulpmiddel dat het model visueel voorstelt en zowel de eigenschappen als fundamenten voor succes kort toelicht.
* Praatkaart
De praatkaart is een afgeleide van de praatplaat en is bedoeld als geheugensteun voor wie start met evidence-informed werken. Handig om op je bureau te leggen of tussen je agenda te steken!
* Reflectiekaartjes evidence-informed werken
Net als voor onze Toolkits en leidraden, ontwikkelde Leerpunt ook vijf reflectiekaartjes rond evidence-informed werken. Ideaal als gespreksstarter!
De printversie van deze kaartjes is opgemaakt om inkt te besparen en zien er daarom anders uit dan de gedrukte kaarten.
* Verklarende woordenlijst
Het model voor evidence-informed onderwijs streeft er ook naar een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen binnen het onderwijs. Deze woordenlijst is daar een aanzet toe en staat ook in de inspiratiegids.
* Kennisclips evidence-informed werken
Er horen vijf kennisclips bij het model evidence-informed werken in het onderwijs,. Onderzoeker Vicky Willegems van de VUB legt uit wat bedoeld wordt met:
Wat is evidence-informed werken en waarom is het belangrijk? - kijk hier
De kern van het model evidence-informed werken - kijk hier
Stappen in het procesmatig evidence-informed werken - kijk hier
Fundamenten voor het succes van evidence-informed werken - kijk hier
Materialen die ondersteunen bij evidence-informed werken - kijk hier
Je kan ze ook bekijken via de pagina ‘Kennisclips’.
* LeerSnack
Vicky Willegems presenteerde ook een LeerSnack (korte webinar) over het model voor evidence-informed onderwijs. Deze kan je via deze link herbekijken. De webinars staan ook gebundeld op de pagina LeerSnacks.
* Het onderzoeksrapport
Wie meer achtergrond en onderbouwing wil van evidence-informed werken, kan hiervoor terecht in het onderzoeksrapport. Daar lees je hoe het model tot stand is gekomen, welke methoden zijn gebruikt en welke wetenschappelijke inzichten eraan ten grondslag liggen. Handig om beleidskeuzes te staven of professionalisering te verdiepen.
Meer daarover in onderstaande paragraaf.
Hoe kwam het evidence-informed model tot stand?
Het model was onderwerp van een onderzoeksopdracht uitgeschreven door kenniscentrum Leerpunt. De opdracht werd gegund aan Vrije Universiteit Brussel in juni 2024 en werd opgeleverd juni 2025.
Het onderzoeksteam van de VUB volgde de werkwijze van onderwijskundig ontwerponderzoek met zowel een ‘umbrella literatuurreview’ en focusgroepen die de behoeften- en contextanalyse in kaart moest brengen.
Deze informatie werd verwerkt in een prototype, die aan een tweede focusgroep werd voorgesteld. Vervolgens werd het model gefinaliseerd en voorgelegd aan de gebruikers- en wetenschappelijke commissie van Leerpunt om ook de ondersteuning vanuit het veld en de wetenschap te garanderen.
Het volledige onderzoeksrapport download je hier.
Uitleg over het onderzoek kan je samen met het rapport ook terugvinden op de pagina ‘Onderzoeken’.
Duik in de diepte
Op de onderstaande pagina’s vind je een uitgebreide uitleg van de onderdelen van het model, wat ze inhouden en hoe ze te gebruiken.