Doorgaan naar content

Leren leerlingen in het 3de tot 6de leerjaar meer nieuwe woorden en kennis als de leraar ze voorleest, of als zij zelfstandig lezen?

Hoe meer boeken leerlingen lezen, hoe leesvaardiger ze zijn. Maar of het uitmaakt of je ze voorleest of zelfstandig laat lezen, is niet duidelijk. Het meeste onderzoek naar voorlezen gaat over kleuters die zelf nog niet kunnen lezen. Het weinige onderzoek naar oudere leerlingen duidt erop dat voorlezen en vrij lezen allebei goed kunnen zijn voor de woordenschatontwikkeling en/of de leesvaardigheid. Welk type leesaanpak voor wie het beste werkt vallen nog geen duidelijke conclusies te trekken. 

Onderzoekers beschouwen voorlezen over het algemeen als een waardevol ingrediënt van rijk taalonderwijs. Twee leidraden van het Nederlandse Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (voormalige Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek - NRO)1 beschrijven bijvoorbeeld hoe voorlezen onderdeel kan zijn van een rijk taalaanbod aan kinderen in het kleuter en lager onderwijs (Henrichs et al., 2025; Houtveen & Gijsel, 2025. Ook in Vlaamse inspiratiegidsen wordt voorlezen aangehaald als een effectieve methode voor taalonderwijs (Taelman et al., 2024; Tiebout et al., 2023). Het advies om tijd vrij te maken voor voorlezen, ook in de hogere leerjaren van het lager onderwijs, is voornamelijk gebaseerd op onderzoek onder heel jonge kinderen (Houtveen & Gijsel, 2025). Voorlezen brengt kleuters en leerlingen in aanraking met verhalen uit boeken die ze zelf nog niet kunnen lezen (Bus et al., 1995).  

Kleuters die op jonge leeftijd boeken krijgen voorgelezen blijken beter voorbereid op het formeel taalonderwijs in het lager onderwijs dan kleuters die dat niet aangeboden krijgen(Henrichs et al., 2025). Er is ook een sterk verband tussen hoeveel boeken kleuters krijgen voorgelezen en hoeveel leerlingen zelf lezen en hun taalvaardigheid. Deze relatie wordt sterker gedurende hun schoolcarrière, wat duidt op een zichzelf versterkend effect (Mol & Bus, 2011). Het is daarom belangrijk om leerlingen aan te sporen boeken te lezen en positieve leeservaringen op te doen (Kennisrotonde, 2020; 2022; 2025).  

Nauwelijks onderzoek naar voorlezen versus vrij lezen 

Er is nauwelijks empirisch onderzoek dat het effect van voorlezen en zelf lezen op woordenschat en kennis bij leerlingen in het lager onderwijs systematisch vergelijkt. We kunnen daarom geen stevige conclusies trekken over het specifieke effect van voorlezen op de woordenschat en kennisontwikkeling van leerlingen ouder dan zeven jaar (Mol, 2022). 

Een Nederlandse studie onder leerlingen uit het derde tot vijfde leerjaar gaat wel specifiek in op het verschil tussen voorlezen en vrij lezen (zelf lezen) en het effect ervan op woordenschat en kennis van boektitels. Het bleek dat het voor de woordenschat niet zoveel uitmaakt of leerlingen voorgelezen worden of vrij lezen. Maar leerlingen die wekelijks tien minuten langer werden voorgelezen dan leeftijdsgenoten, kenden aan het eind van het jaar wél meer boektitels. Bij vrij lezen lag dat anders: wie al veel titels kende, kende er aan het eind van het jaar meer dan aan het begin van het jaar. En wie er weinig kende, kende er aan het eind van het jaar minder (het zogeheten Mattheus-effect: kinderen die vooroplopen op school, boeken meer vooruitgang na een interventie, terwijl kinderen die achterlopen, juist verder achterop raken). Voorlezen zou dus een manier kunnen zijn om leerlingen die weinig lezen bekend te maken met boeken die ze zelf niet zo snel zouden kiezen (Van der Sande et al., 2019).  

Aanwijzingen dat vrij lezen en voorlezen goed zijn voor woordenschat en taalvaardigheid 

Een vast kwartiertje vrij lezen in de week draagt bij aan de leesvaardigheid van leerlingen in het lager én secundair onderwijs. In een overzichtsstudie naar vrij lezen in beide onderwijsniveaus (waarbij leerlingen de boeken zelf kiezen), vonden de onderzoekers een effect op technische leesvaardigheid (automatische woordherkenning) en leesattitude, maar niet op tekstbegrip (Bus et al., 2024). 

Er zijn ook aanwijzingen dat voorlezen bijdraagt aan de leesvaardigheid van leerlingen van 7-12 jaar. Een studie keek naar het effect van (intensief) voorlezen op de verbale intelligentie, waaronder woordenschat (Batini et al., 2025). De onderzoekers vergeleken ongeveer leerlingen die werden voorgelezen met leerlingen die regulier taalonderwijs kregen. De leerlingen die werden voorgelezen gingen sterker vooruit in verbale intelligentie. De voorleesinterventie was intensief: Leerlingen werden elke dag een uur voorgelezen, waarbij veel aandacht was voor de voorleesdidactiek (hoe er bijvoorbeeld over boeken werd gesproken en groepsgesprekken werden gevoerd).  

Er zijn veel voordelen van voorlezen aan leerlingen in het derde tot zesde leerjaar van het lager onderwijs. Het kan zorgen voor betere gesprekken met leerlingen, hogere niveaus van gedeelde aandacht en andere manieren om met taal om te gaan die gepaard gaan met betere leerresultaten (Albright, 2002;  Cornelissen, 2016; Noble, 2019; Zelaya, 2022). Tegelijkertijd is het de vraag hoe actief leerlingen luisteren als ze worden voorgelezen in de klas. Uit een vragenlijstonderzoek onder leerlingen in het derde en vierde leerjaar bleek dat sommige leerlingen met een lage leesattitude aangaven blij te zijn als er wordt voorgelezen, omdat ze zich dan niet zo hoeven in te spannen. Ze gaan bijvoorbeeld wat tekenen en zijn weinig betrokken bij het lezen (Clark & Andreasen, 2014). 

Het is dus aannemelijk dat lezen – of het nu zelf lezen of voorlezen is – bijdraagt aan woordenschat en leesvaardigheid. Maar wat voor wie het beste werkt, kunnen we nog niet zeggen.  

Bronnenlijst

Gelieve naar deze vraag te verwijzen als:

Leerpunt (2026). Leren leerlingen in het 3de tot 6de leerjaar meer nieuwe woorden en kennis als de leraar ze voorleest, of als zij zelfstandig lezen? https://leerpunt.be/vraagpunt/alle-vragen/voorlezen-oudere-leerlingen

Referentie:

Stichting Leerpunt (2025). Leren kinderen leerlingen in het 3de tot 6de leerjaar meer nieuwe woorden en kennis als de leraar ze voorleest, of als zij zelfstandig lezen? Vlaamse hertaling van Kennisrotonde (2025). Leren kinderen in groep 5-8 meer nieuwe woorden en kennis als de leerkracht ze voorleest, of als zij zelfstandig lezen? (KR. 2597)