Wat houdt het project in?
Dit project van PTI Kortrijk implementeert de aanbevelingen uit het Guidance Report: ‘Improving secondary sciences’ van EEF (Education Endowment Foundation). Samen met partnerscholen Provinciale school Diepenbeek en PITO Stabroek en de pedagogische begeleidingsdienst Provinciaal Onderwijs Vlaanderen richten ze zich in eerste instantie op de wetenschapslessen in de tweede en derde graad secundair onderwijs. Via het olievlekprincipe zullen op termijn zowel meer leraren als ook de leerlingen uit de dubbele finaliteit worden betrokken. Concreet wordt er ingezet op professionalisering via ‘Lesson Study’, waarmee het evidence-informed werken in de klaspraktijk wordt versterkt.
Dit project is gesubsidieerd door Leerpunt in het schooljaar 2024-2025.
Per implementatieproject ontwikkelde Leerpunt een poster. Je vindt er ondermeer het onderwijsniveau, de methodologie, de relevante thema’s, de doelstellingen en verwachte resultaten.
Samenvatting van het project
Drie provinciale scholen wilden hun wetenschapsonderwijs verbeteren. Door evidence-informed te werken aan zelfregulatie van leerlingen en betere praktijklessen boekten ze winst: gemotiveerder leerlingen en meer inzicht, maar ze zijn er nog niet helemaal.
Introductie
Leerlingen die niet het beste uit zichzelf halen en te vaak uitvallen. PTI West-Vlaanderen, PS Diepenbeek en PITO Stabroek hopen het in de toekomst beter te doen, met name in de lessen fysica en chemie in enkele doorstroomrichtingen. Evidence-informed professionaliseren met meer aandacht voor zelfregulatie van leerlingen of gebruik van practica lijkt het tij te keren.
Context en aanleiding
PTI West-Vlaanderen is een moderne school en staat open voor vernieuwing. Een deel van de leerlingen kreeg ze echter niet mee. Met name in de overgang van het 4e naar het 5e en in het 5e jaar moesten veel leerlingen een klas overdoen of haalden ze sowieso de zomervakantie niet. Ze deden het prima in het lab, maar legden vaak niet het verband tussen dat praktische werk en de theoretische principes. Ze waren onvoldoende gemotiveerd en haalden slechte cijfers bij hun examens. Dat moest beter kunnen, met evidence-informed wetenschapsonderwijs.
Behoefteanalyse en doel: beter wetenschapsonderwijs
Met financiële steun van Leerpunt en met behulp van Katja Roggen, pedagogisch begeleider bij Provinciaal Onderwijs Vlaanderen, werd de kern van het probleem boven water gehaald. PTI West-Vlaanderen zou winst kunnen halen uit het verbeteren van praktische activiteiten bij de lessen chemie in de 3e graad doorstroom Biotechnologische en Chemische Wetenschappen (cfr. Aanbeveling 5 uit de leidraad). Om dit voor mekaar te krijgen ging de school te rade bij de gids van EEF: Putting Evidence to Work: a School’s Guide to Implementation. Specifiek koos men vervolgens voor de Lesson Study-aanpak om een verbeteringstraject vorm te geven.
Kernelement van Lesson Study is samen lessen ontwikkelen en verbeteren op basis van literatuurstudie, een onderzoeksvraag, leerlingenobservaties en bijsturing. PTI koos voor de blik van buiten en ging hierom een samenwerking aan met Provinciale School Diepenbeek en PITO Stabroek. Deze twee scholen besloten vervolgens eveneens het project breder te trekken na raadpleging van het Guidance Report Improving Secondary Science. Zij kozen voor aanbeveling 2 uit de leidraad, het verbeteren van zelfregulatie, voor de lessen fysica in de 3e graad Latijn-wiskunde en wetenschappen-wiskunde (PSD), respectievelijk voor de lessen chemie in de 2e graad doorstroom biotechnologische wetenschappen (PITO).
Zo stond er op drie scholen opeens een ambitieus programma in de steigers voor schooljaar 2024-2025. Voor alle drie de scholen was het de eerste keer dat evidence-informed werken zo prominent op de agenda stond en opgenomen werd in de schoolvisie. Hoe zou dat uitpakken?
Plan van aanpak en uitvoering
Sterke punten en drempels
Startpunt werd een professionalisering over praktisch werken in wetenschapslessen en over zelfregulatie. Veel wetenschappelijke literatuur en een gedegen uitleg over Lesson Study volgden. Leidinggevenden, leerkrachten en projectleider Katja Roggen van Provinciaal Onderwijs Vlaanderen stelden daarna voor iedere school een individueel implementatieplan op. Bij de uitvoering daarvan waren steeds twee leerkrachten per school (en soms een leerkracht en een TA) betrokken, Katja en haar collega Isabelle Geurts. Zij spraken meteen data af voor tien overlegsessies in schooljaar 2024-2025; daarnaast voerden ze ongeveer een maal per maand gezamenlijk online overleg.
De sessies draaiden niet alleen om kennisoverdracht. Een van de sessies was bijvoorbeeld expliciet bedoeld om sterke punten en drempels voor de implementatie te bespreken. Leidinggevenden en coördinatoren van de scholen werden periodiek bijgepraat in de voortgang.
Lesson Study
Katja en Isabelle gaven uitleg over praktisch werken en Lesson Study, twee andere collega’s van POV gingen met de groep nader in op zelfregulerend leren en metacognitie en hoe u dat in de praktijk van de klas uitwerkt. De leerkrachten ontwierpen vervolgens zelf de lessen, begeleid door Katja en Isabelle. Steven Mannens van Lesson Study Vlaanderen hielp daarbij drie onderzoeksvragen te concretiseren: Heeft een stappenplan bij het oplossen van vraagstukken een positief leereffect? Hoe kunt u technieken zoals brain dumps inzetten om leerlingen en leerkrachten feedback te geven over hun leerproces en de mate waarin bepaalde leerstof (reeds) verankerd is? Kunnen leerlingen zelf een hypothese formuleren voor het uitvoeren van een titratie (techniek om de concentratie van een stof in een oplossing te bepalen), het equivalentiepunt voorspellen en een indicator kiezen?
Klassen werden in drie groepen verdeeld op grond van twee leerlingenkenmerken: wetenschappelijk inzicht, en motivatie. Samen kozen de deelnemers een focus voor de Lesson Study-les, , omschreven ze een voorbeeldleerling voor elk van de drie groepen en formuleerden ze vragen voor leerlinginterviews.
Toen alles als het ware klaar stond, werden de lessen gegeven, door allen beoordeeld, herwerkt en opnieuw gegeven en leerlingen geïnterviewd. Ten slotte bespraken Katja en Isabelle met iedere school het hele traject na.
Resultaten: voortaan evidence-informed werken
Er is veel werk verzet, maar PTI is nog niet waar het wil zijn. De nieuwe werkwijzen zijn veelbelovend: leerlingen geven aan dat ze meer geleerd hebben en meer gemotiveerd zijn, maar de bredere context van wat ze leren is nog niet verankerd.
Het stappenplan zorgde bijvoorbeeld wel voor meer rust en meer zelfstandigheid bij het oefenen, maar niet alle leerlingen snapten de theoretische achtergrond. Ook waren de succescriteria nog niet voor iedereen helder. Leerlingen werkten wel beter samen, maar metacognitieve vaardigheden en zelfregulatie verbeterden niet bij allemaal.
Veel leerkrachten zijn bereid om met nieuw verworven inzichten verder aan de slag te gaan. Ze hebben samen lessen ontworpen, leerlingenobservaties gedaan bij elkaar en met elkaar verder gepraat over hoe hun wetenschapslessen beter kunnen. Bijvoorbeeld door modelling, het stellen van diagnostische vragen en het verhelderen van succescriteria. Er is dus wel degelijk een opening gecreëerd naar evidence-informed werken.
Maar de planning van een traject als dit is moeilijk in een normaal schooljaar. Structureel ingebed in de lessen zijn de nieuwe werkwijzen nog niet. Deelnemers zien wel kansen voor langdurige implementatie bij de vakgroepen wetenschappen en in leerlijnen over meerdere jaren.
Trots
Deelnemers ervoeren het als een opsteker dat de vereniging voor leerkrachten wetenschappen in Vlaanderen, de VELEWE, interesse toonde in het project tijdens een wetenschapsavond. Ook waren zij er trots op dat ze een blog over het project (LeerBLOG: Effectief wetenschapsonderwijs in het secundair | Leerpunt) mochten publiceren bij Leerpunt en er over konden presenteren. Dergelijke presentations of learning zijn kennelijk ook voor leerkrachten motiverend.
Van één vak naar meer
Het verbeteren van praktische activiteiten bij de lessen chemie in de 3e graad doorstroom biotechnologische en chemische wetenschappen op PTI West-Vlaanderen lijkt erg specifiek. Maar leidinggevenden zeiden na voltooiing van de professionalisering in het eerste jaar dat de nieuw verworven inzichten mogelijkheden bieden voor innovatie op andere domeinen van de school. Zo kan winst bij het ene vak mogelijk doorsijpelen naar andere vakken. Zeker omdat de leerkrachten ook aangaven nu beter te begrijpen hoe implementatietrajecten evidence-informed werken.
Verder lezen?
Abrahams I., Millar R. (2008). Does practical work really work? A study of the effectiveness of practical work as a teaching and learning method in school science. International Journal of Science Education, 30(14).
Holman J., Yeomans E. (2018). Improving Secondary Science, Guidance Report. Education Endowment Foundation
Sharples J., Eaton J., Boughelaf J. (2024). Putting Evidence to Work: A School’s Guide to Implementation. Education Endowment Foundation
Holman J. (2017). Good Practical Science. London: Gatsby Foundation.
Zohar A., Dori Y.J. (2012). Metacognition in Science. Cambridge, MA, USA: Contemporary Trends and Issues in Science Education, (40).