Doorgaan naar content

Hoe bereid je kleuters voor op rekenen met tekeningen, schema's en cijfers?

Niet alle kleuters leggen vanzelf de verbinding tussen rekenen met concreet materiaal en rekenen met tekeningen, schema’s en cijfers. Gerichte begeleiding helpt hen om die stap te zetten, bijvoorbeeld door eerst iets voor te doen, samen te oefenen en kleuters hun denkstappen te laten verwoorden. Ook het regelmatig gebruiken van wiskundetaal, tijdens activiteiten en bij het voorlezen, bereidt kleuters voor op het rekenen in het eerste leerjaar. 

Om een start te kunnen maken met het uitrekenen van sommen op papier in het eerste leerjaar van het lager onderwijs moet een kind over bepaalde voorbereidende wiskundige vaardigheden beschikken (Toll & Van Luit, 2014). Dit zijn vaardigheden zoals (verbaal) tellen en het kennen en kunnen gebruiken van symbolen. Dit wordt ook wel getalbegrip genoemd. Deze vaardigheden zijn belangrijke voorspellers van wiskundevaardigheid van leerlingen in het eerste en tweede leerjaar van het lager onderwijs (Aunola et al., 2004; Toll et al., 2016).  

De ontwikkeling van werken met concrete materialen naar wiskunde op papier  

Naast het werken met concrete materialen tijdens wiskundeactiviteiten in de kleuterklas is het ook belangrijk kleuters alvast voor te bereiden op wiskunde op papier (of in het platte vlak; Ruijssenaars et al., 2021). In veel Vlaamse wiskunde methoden (zie bv. Die Keurne, z.d., Uitgeverij Zwijsen, z.d., Van In, z.d.) en ook de inspiratiegids wiskunde in de kleuterklas (Cornelis et al., 2024) vormt het CSA-model (van concreet via schematisch naar abstract; vertaald vanuit het Concrete–Pictorial–Abstract model van Bruner, 1966) het didactisch uitgangspunt voor het aanbrengen van wiskundige concepten. In de kleuterklas werken kinderen met name op het onderste niveau van het CSA-model, namelijk het ‘doen’ of werken met concrete materialen. In de volgende niveaus van het model maken leerlingen de vertaling van de concrete materialen naar wiskunde op papier, bijvoorbeeld in tekeningen, schema’s en symbolen. In het eerste leerjaar starten leerlingen met het meer formele wiskundeonderwijs, zoals sommen maken in een werkboek en het automatiseren van ‘de vriendjes van 10’ (paren van getallen die samen 10 vormen). Om dit te kunnen, moeten leerlingen de verbinding leggen tussen de verschillende niveaus binnen het CSA-model. 

Een gestructureerd wiskunde aanbod is nodig voor sommige kleuters 

Een deel van de kleuters is niet in staat zelf de verbinding te leggen tussen concrete materialen en abstracte representaties. Denk aan representaties zoals tekeningen, een afbeelding van een dobbelsteen en werken met symbolen op papier. Bij sommige kleuters ontstaat het getalbegrip redelijk spontaan (Ginsburg et al., 2008), maar andere kleuters profiteren onvoldoende van het speelse aanbod in de kleuterklas (Aunio et al., 2009). Zij zijn niet in staat om zelf de stap te maken van het onderste niveau van het CSA-model naar de volgende meer abstracte niveaus. Als kleuters dit niet zelf opzoeken, is de leraar degene die moet stimuleren dat de kleuters verbinding leggen tussen de verschillende niveaus. Hiervoor is het nodig dat de leraar een gestructureerd wiskundeaanbod verzorgt (Dyson et al., 2015; Taelman et al., 2024). Effectieve aanpakken om kleuters hierbij te helpen zijn: (1) instructie door de leraar bij wiskundeactiviteiten gericht op de verbinding tussen concrete materialen en wiskunde op papier (Charitaki et al., 2021; Monomen et al., 2014) en (2) het regelmatig gebruik van wiskundetaal door de leraar (Anderson et al., 2005; Van den Heuvel-Panhuizen et al., 2016).  

Effectieve instructie bij wiskunde activiteiten  

Effectieve instructie gericht op de verbinding tussen concrete materialen en wiskunde op papier bestaat uit modelling, sluit aan bij de belevingswereld, bevat concreet manipuleerbaar materiaal en besteedt aandacht aan de denkstappen van kleuters (Carbonneau et al., 2013; Charitaki et al., 2021; Clark et al., 2020; Cross et al., 2009; Monomen et al., 2014; Thomas et al., 2002).  

Modelling  

Modelling is een goede vorm van ondersteuning bij instructie om expliciet de link te liggen tussen concrete materialen en het wiskundige idee dat erachter zit (Carbonneau et al., 2013; Monomen et al., 2014). Door middel van voordoen, samendoen en nadoen kan de kleuter zich de vertaling van concrete materialen naar het platte vlak eigen gaan maken. Hierbij helpt het om problemen op de verschillende niveaus van het CSA-model te benaderen. Denk bijvoorbeeld bij de activiteit ‘verschillende soorten fruit sorteren voor in de winkel’ aan: 1) het fysiek sorteren (concreet), 2) het natekenen van de hoeveelheden op papier en dit daarna in tabelvorm noteren (schematisch) en 3) de formele cijfers eraan koppelen (abstract).  

Sluit aan bij de belevingswereld  

Effectieve instructie voor kleuters sluit aan bij de belevingswereld van de kleuters. Dit kan bijvoorbeeld door met thema’s te werken (Link et al., 2013; Van Luit, 2023). Het gebruik van thema’s, zoals afrekenen in een winkel, pakjes inpakken bij het Sinterklaasfeest, en in de herfst kastanjes en eikels sorteren, leidt ertoe dat voorbereidende wiskundevaardigheden een concrete betekenis krijgen en dat de kleuters ontdekken hoe ze de verschillende vaardigheden in concrete activiteiten kunnen gebruiken. Als kleuters die concrete betekenis zien, kunnen leraren vervolgens de verbinding leggen met wiskunde op papier door bijvoorbeeld de aantallen pakjes te noteren per soort of samen een staafdiagram te maken van het aantal kastanjes en eikels.  

Daarnaast lokt het werken met thema’s en daarbinnen het aanbieden van passende wiskundeactiviteiten interactie tussen de kleuters uit (Ros et al., 2022; Toll et al., 2014). Een natuurlijke aanleiding voor een probleem stimuleert om eigen ideeën hierover weer te geven en met elkaar te overleggen over mogelijke probleemoplossingen. Op zo’n manier krijgt de leraar meer zicht op de denkprocessen van de kleuters.  

Gebruik concreet materiaal  

In effectieve instructie gebruiken leraren concreet manipuleerbaar materiaal dat voor kleuters logisch is om mee te werken aan een wiskundevaardigheid (Cross et al., 2009). Dit kunnen leraren doen door de activiteiten in te bedden in een thema en het materiaal binnen het thema vaker te gebruiken. Leraren kunnen bijvoorbeeld MAB-materiaal (multibase arithmetic blocks) inzetten om het sorteren van verschillende soorten fruit inzichtelijk te maken en dit vervolgens vertalen naar een staafdiagram op het bord.  

Verwoord denkstappen  

Verder is het effectief als de leraar de kleuters aanmoedigt om zelf representaties van concrete situaties te maken en hen hierbij stimuleert hun denkstappen te verwoorden (Griffiths et al., 2016; Thomas et al., 2002). Op die manier leren kleuters zelf de koppeling tussen het onderste niveau van het CSA-model en het niveau daarboven te maken. Kleuters kunnen bijvoorbeeld plattegronden maken van routes in de klas, in de lente verschillende soorten bloemen sorteren en tekenen, of schematisch noteren welk type fruit alle kleuters in de pauze mee hebben.  

Gebruik wiskundetaal  

Voor het kunnen maken van de vertaling naar wiskunde op papier is het effectief als leraren regelmatig wiskunde taal gebruiken in de klas. Dit kan door middel van het interactief voorlezen van prentenboeken (Anderson et al., 2005; Van den Heuvel-Panhuizen et al., 2016) en het gebruik van wiskunde taal tijdens wiskunde activiteiten in de klas (Cornelis et al., 2024). Dit is een leuke en speelse manier om kleuters vertrouwd te maken met getallen en basis wiskundige begrippen zoals 'op een rij', 'onder', 'naast', 'volgende', 'meer', 'groter' en 'achter'. Dit helpt hen bijvoorbeeld om later in het eerste leerjaar de opdrachten met cijfers en ‘1 meer’ en ‘1 minder’ te begrijpen.  

Het voorlezen van prentenboeken aan kleuters vergroot hun woordenschat (Anderson et al., 2005; Tiebout et al., 2023) en wiskundig begrip (Ros et al., 2022; Van den Heuvel-Panhuizen et al., 2016; ). Dit komt door de betekenisvolle context van de verhalen in de prentenboeken. Doordat nieuwe wiskundige concepten uit prentenboeken worden verbonden aan al bekende (wiskundige) concepten is het voor de kleuters makkelijker om de nieuwe informatie te onthouden en verbinden.  

Het is effectief als leraren de prentenboeken interactief voorlezen en de aandacht van de kleuters, indien passend bij het verhaal en de prenten, expliciet richt op wiskundige begrippen die in het verhaal naar voren komen (Anderson et al., 2015; Cornelis et al., 2024; Van den Heuvel-Panhuizen et al., 2016). Dit zijn begrippen zoals hoeveelheden (aantal kikkers, aantal bomen), verhoudingen (groter dan, minder, veel, weinig), groottes (groot, klein, smal, dun, breed), vormen (rond, vierkant, driehoek), en plaatsbepalingen (ver, dichtbij, omhoog). Kies daarom een prentenboek met een verhaal en aansprekende prenten waar iets aan te ontdekken valt.  

Meer weten?

Geraadpleegde bronnen

  • Anderson, A., Anderson, J., & Shapiro, J. (2005). Supporting multiple literacies: Parents’ and children’s mathematical talk within storybook reading. Mathematics Education Research Journal, 16(3), 5 – 26.  

  • Aunio, P., Hautamäki, J., Sajaniemi, N., & Van Luit, J.E.H. (2009). Early numeracy in low performing young children. British Educational Research Journal, 35(1), 25 – 46.  

  • Bruner, J. S. (1966). Toward a Theory of Instruction. Harvard University Press.  

  • Carbonneau, K. J., Marley, S. and Selig, J. P. (2013). A Meta-Analysis of the Efficacy of Teaching Mathematics with Concrete Manipulatives. Journal of Educational Psychology, 105(2), 380–400.  

  • Charitaki, G., Tzivinikou, S., Stefanou, G., & Soulis, S. G. (2021). A meta-analytic synthesis of early numeracy interventions for low-performing young children. SN Social Sciences, 1(5), 105.  

  • Cornelis, A., Spilt, J., Vanblaere, B., Verachtert, P., & Taelman, H. (2024). Wiskunde in de kleuterklas: Aanbevelingen voor de praktijk uit onderzoek naar kwaliteitsvol en inspirerend kleuteronderwijs (2de ed.). Odisee, Arteveldehogeschool, KU Leuven & Thomas More. https:// inspirerendkleuteronderwijs.be 

  • Cross, C. T., Woods , T. A. & Schweingruber, H. (2009). Mathematics Learning in Early Childhood: Paths Towards Excellence and Equity. National Academies Press.  

  • Die Keure. (z.d.). Kadet: Rekenen in de lagere school. Geraadpleegd op 9 oktober 2025, van https://www.diekeure.be/educatief/kadet/ 

  • Dyson, N., Jordan, N.C., Beliakoff, A., & Hassinger-Das, B. (2015). A kindergarten number-sense intervention with contrasting practice conditions for low-achieving children. Journal for Research in Mathematics Education, 46(3), 331 – 370.  

  • Fyfe, E. R., McNeil, N. M., Son, J. Y., & Goldstone, R. L. (2015). Concreteness fading in mathematics and science instruction: A systematic review. Educational Psychology Review, 26(1), 9 – 25. 

  • Ginsburg, H.P., Lee, J.S., & Boyd, J.S. (2008). Mathematics education for young children: What it is and how to promote it. Society for Research in Child Development Social Policy Report, 22(1), 1-23.  

  • Griffiths, R., Back, J. and Gifford, S. (2016). Making numbers: using manipulatives to teach arithmetic. Oxford University Press.  

  • Link, T., Moeller, K., Huber, S., Fischer, U., & Nuerk, H.-C. (2013). Walk the number line - An embodied training of numerical concepts. Trends in Neuroscience and Education, 2(2), 74–84.  

  • Mononen, R., Aunio, P., Koponen, T., & Aro, M. (2014). A review of early numeracy interventions for children at risk in mathematics. International Journal of Early Childhood Special Education, 6(1), 25-54.  

  • Ros, B., Hickendorff, M., Keijzer, R., & Van Luit, H. (2022). Leer ze rekenen. Praktische inzichten uit onderzoek voor leraren basisonderwijs. Meppel: Ten Brink.  

  • Ruijssenaars, A. J. J. M., Van Luit, J. E. H., Van Lieshout, E. C. D. M., & Kroesbergen, E. H. (2021). Handboek dyscalculie en rekenproblemen. Een dynamisch ontwikkelingsperspectief. Rotterdam: Lemniscaat.  

  • Taelman, H., Bodvin, K., Spilt, J., Vanblaere, B., & Verachtert, P. (2024). Een literatuurstudie naar de kenmerken van effectief kleuteronderwijs voor taal, wiskunde en executieve functies: Onderzoeksrapport 1 bij het OBPWO-project Kwalitatief en Inspirerend Kleuteronderwijs. Odisee, Arteveldehogeschool, KU Leuven & Thomas More. Beschikbaar via inspirerendkleuteronderwijs.be 

  • Tiebout, K., Verachtert, P., Geudens, A., Schraeyen, K., Bellens, K., Taelman, H., Trioen, M., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T. F. H. (2023). Les in lezen. Inspiratiegids voor effectief leesonderwijs in het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Universiteit Antwerpen. 

  • Toll, S. W. M., & Van Luit, J. E. H. (2014). Effects of remedial numeracy instruction throughout kindergarten starting at different ages: Evidence from a large-scale longitudinal study. Learning and Instruction, 33, 39 – 49.  

  • Thomas, N. D., Mulligan, J. T. and Goldin, G. A. (2002). Children’s representation and structural development of the counting sequence 1–10. Journal of Mathematical Behavior, 21(1), 117–133.  

  • Uitgeverij Zwijsen. (z.d.). Visie op didactiek: Zowiso. Geraadpleegd op 9 oktober 2025, van https://www.uitgeverijzwijsen.be/zowiso/visie/didactiek 

  • Van Groenestijn, M., Borghouts, C., & Jansen, C. (2011). Protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en dyscalculie -BAO-SBO-SO. Van Gorkum  

  • Van In. (z.d.). In hoeverre wordt er aandacht besteed aan handelend werken (het CSA-model) in Reken Maar! Geraadpleegd op 9 oktober 2025, van https://www.vanin.be/help/in-hoeverre-wordt-er-aandacht-besteed-aan-handelend-werken-het-csa-model-in-reken-maar/ 

  • Van Luit, J. E. H. (2023). Voorbereidend en beginnend rekenen in groep 1 en 2. Onderwijskennis.nl (NRO). Geraadpleegd op 15 februari 2024.  

Gebruik je dit antwoord?

Gelieve dan naar dit antwoord te verwijzen als:

Leerpunt (2026). Hoe bereid je kleuters voor op rekenen met tekeningen, schema's en cijfers? https://leerpunt.be/vraagpunt/alle-vragen/kleuter-rekenen-tekeningen-cijfers