Doorgaan naar content

Leid het leren: formatief handelen in de klas- en schoolpraktijk

Wat houdt het ‘Leid het leren’-project in?

Na het integreren van de principes van formatief handelen in schoolvisie en beleidsplan, worden in avAnt Antwerpen en SiVi Torhout deze duurzaam geïmplementeerd in de deelnemende scholen. Schoolleiders en vakgroepverantwoordelijken krijgen van Leren Vlaanderen de nodige professionalisering om het eigen handelen in vraag te stellen en bij te sturen. Via Lesson Study ontwikkelen ze samen met de vakgroep een formatieve les waarover ze in gesprek gaan met elkaar, de partnerschool en experten. Op deze manier wordt de leercultuur over de schoolgrenzen heen versterkt.

Dit project is gesubsidieerd door Leerpunt in het schooljaar 2024-2025.  

Per implementatieproject ontwikkelde Leerpunt een poster. Je vindt er ondermeer het onderwijsniveau, de methodologie, de relevante thema’s, de doelstellingen en verwachte resultaten.

Samenvatting van het project

Formatief handelen met teacher leaders

Formatief handelen continue en bewust inzetten in de hele school kan een uitdaging zijn. Twee secundaire scholen in Antwerpen en Torhout besloten er vol voor te gaan met hulp van Leren Vlaanderen. Er ontstaat een collectieve leercultuur waar leerkrachten en leerlingen trots op zijn.

Introductie 

avAnt (Antwerpen) en SiVi (Torhout) trachtten formatief handelen te verankeren als didactisch concept in de school. Leren Vlaanderen hielp de kennisbasis van leerkrachten versterken; schoolleiders zorgden dat er tijd en ruimte kwam voor uitwisseling. Resultaat: kennis ging stromen binnen school en tussen scholen. Er ontstond een collectieve leercultuur die een belofte inhoudt voor de toekomst. 

Context en aanleiding 

Formatief handelen wordt internationaal beschouwd als dé motor voor onderwijskwaliteit. Toen de onderwijskwaliteit terugliep, zochten avAnt en Sivi, twee scholen voor secundair onderwijs, daarom soelaas in een brede, structurele implementatie van dit concept. Het werd opgenomen in schoolvisie en beleidsplan, en personeel werd evidence-informed geprofessionaliseerd. 

Keuze voor formatief handelen

Formatief handelen is bekend geworden door onder andere Dylan Wiliam. Hij noemt het zelfs ‘het hart van lesgeven’. Steven Mannens, de projectleider, vertaalde dat naar 'de kern van leren'. Kenmerk is dat leerkrachten steeds vijf stappen doorlopen: 

  1. verwachtingen over de lesstof verhelderen,  

  2. leerlingen laten nadenken en produceren,  

  3. reacties van leerlingen analyseren en interpreteren, 

  4. geïnformeerde vervolgactie van leerkracht: eventueel onderwijs aanpassen, 

  5. verifiëren of het lesdoel bereikt is, terugblikken en voorspellen. 

Formatief handelen draagt in theorie bij aan meer eigenaarschap bij leerkrachten en leerlingen. 

Behoeftenanalyse: ruimte voor ontwikkeling 

Formatief handelen was geen nieuw concept in deze scholen. Maar er bleek wel winst te behalen. Leerkrachten lieten in professionele dialogen weten dat zij wel hulp konden gebruiken om formatief handelen onderbouwd en structureel in te zetten. Ook uit de zogenoemde leerwandelingen, waarbij collega’s op alle campussen van avAnt en SiVi bij elkaar in de klassen observeerden, bleek er ruimte voor ontwikkeling. 

Schoolleiders Joke Van Craen (avAnt) en Hilde Maertens (SiVi) en hun teams besloten tot actie. Leerkrachten kregen een jaar lang professionalisering: meer en diepe kennis van formatief handelen, en aandacht voor de evidence-informed invoering van deze didactiek. De projectleiding was in handen van Steven Mannens (Leren Vlaanderen). 

Voorbereiding en plan van aanpak 

Wetenschappelijke literatuur 

Mannens introduceerde wetenschappelijke publicaties bij teachers leaders en leidinggevenden van avAnt. Doelgericht professionaliseren van Gulikers & Baartman bijvoorbeeld en de implementatieleidraad van de EEF. Deze maakt inzichtelijk welke stappen schoolleiders moeten zetten voor veranderingen in school. Deze zogenoemde implementatiecyclus kwam steeds terug in het traject en maakt ook in de toekomst effectievere implementatie mogelijk. 

Gedeeld leiderschap 

Voor extra verdieping zorgde de evidence-informed Toolkit Leren en lesgeven van Leerpunt, op deelaspecten als feedback geven en zelfregulatie. Leren Centraal van Mannens zette de rolverdeling die bij formatief handelen past, in een bredere context. Zo kregen betrokkenen zicht op wat hun aandacht verdiende en wat ze beter aan anderen kunnen overlaten. Gedeeld leiderschap was een sleutel tot succes. Acht coördinatoren en domeinverantwoordelijken legden de randvoorwaarden voor formatief handelen in beleid vast. 45 teacher leaders uit verschillende vakken vormden de verbinding met andere leerkrachten. Verschillende groepen dus, maar ze bleven niet op hun eilandjes: regelmatig werd gezamenlijk overlegd. Dat vergrootte de motivatie en betrokkenheid en bood de kans om bij te sturen op basis van de informatie die deelnemers inbrachten. Dat vergrootte de impact van het project.  

Praktisch 

Inhoudelijk stonden de professionaliseringsactiviteiten dicht bij de klas, vooral gericht op (vak)didactiek. Ze vonden plaats op school en waren van tevoren goed ingepland. De sessies bevatten veel formatieve werkvormen, die lieten zien hoe formatief handelen er in de klas kan uitzien. Alleen luisteren naar de evidence-informed theorie was niet genoeg, leerkrachten moesten actief meedoen. Ze konden vaak wel kiezen welke sessie ze wilden volgen. Dat versterkte het gevoel dat de professionalisering aansloot bij hun eigen lesstijl en bij wat ze nodig achtten in hun klassen.  

Implementeren: klasdeuren open 

Het project zette letterlijk de deuren open in de scholen. Collega’s gingen gericht bij elkaar observeren wat er beter kon (een zogenoemde leerwandeling). Zij lieten zich hierbij inspireren door de bekende schoolwalkthrough die de impact van onderwijs op het leren van leerlingen in kaart brengt. Er vonden meer dan 200 lesbezoeken plaats en ook die leidden tot bewuster inzet van formatief handelen. 

Leerkrachten werkten ook met de Lesson Study-methode (De Vries, 2017), waarbij leerkrachten een les samen ontwikkelden op basis van literatuurstudie en ze deze les gaven; vervolgens kregen ze daarop feedback van andere leerkrachten op basis van de observatie van concreet leerlingengedrag en van de projectleider, en verbeterden vervolgens cyclisch en systematisch hun les. Steeds was de impact op het leren van leerlingen expliciet aandachtspunt. Meer dan 500 leerlingen gaven feedback op de lessen met behulp van de impacttool (Bijlsma 2022). 

Monitoren en bijsturen 

Teacher leaders hadden een essentiële rol. Zij verzamelden data (bijvoorbeeld van de impacttool, de leerwandelingen, de Lesson Study-sessies) en waren nauw betrokken bij analyse en rapportage. Naar feedback van leerkrachten werd in het traject ook echt geluisterd. Zo maakte Mannens het protocol voor het lesontwerp bij Lesson Study wat kleiner, omdat deelnemers het vonden knellen. Na iedere professionaliseringssessie werden exit-tickets verzameld over opgedane kennis, bruikbaarheid en mogelijke vragen en regelmatig werd bijgestuurd. 

Van nooit naar soms 

Een belangrijk kenmerk van het proces was dat deelnemers samen leerden. Kennis en feedback konden zo gaan stromen door de school en tussen scholen. De projectleider was daarin instrumenteel: hij was vaak aanwezig op beide scholen en had veel contact met schoolleiders, teacher leaders en leerkrachten. Die zichtbaarheid hielp om formatief handelen anders te gaan waarderen. Leerkrachten die vooraf aangaven er ‘nooit’ iets mee te doen, schoven na een jaar op naar ‘soms’: een positieve verandering. Ook in de lesontwerpen worden steeds vaker stappen en termen uit formatief handelen gebruikt (zelfs in de leerlingbegeleiding) en meer formatieve werkvormen. 

Resultaten: lesdoelen duidelijker 

Impact op leerkrachten

Bij de evaluatie en monitoring toonden schoolleiders Joke en Hilde zich tevreden. Formatief handelen lijkt beter in hun scholen geland: 

  • Leerkrachten formuleren vaker lesdoelen; 

  • Ze analyseren hun lessen vaker; 

  • Ze gebruiken informatie vaker om feedback op het lesproces te geven; 

  • Ze durven vaker de methode los te laten om vervolgstappen te nemen; 

  • Ze geven naar eigen zeggen leerlingen meer ruimte, bijvoorbeeld bij het activeren van voorkennis; 

  • Leerlingen erkennen ook dat ze meer ruimte hebben gekregen om hun reacties toe te lichten als leerkrachten voorkennis activeren.  

Impact op leerlingen

Hamvraag is natuurlijk hoe de leerlingen een en ander ervoeren? Had de structurele inzet op formatief handelen effect op hun lesbeleving en hun leerprestaties? Meer dan 500 vulden een enquête in. 

  • Meer dan de helft herkende dat leerkrachten lesdoelen formuleerden en wist wanneer ze die haalden.  

  • Driekwart van de ondervraagden vond dat ze voldoende voorkennis of vaardigheden hadden. 

  • Een op de twee beoordeelde de instructie als duidelijk, maar wenste meer oefenkansen bij de lesstof en meer vakgebonden studietips.  

  • Een op de tien leerlingen wilde extra uitleg. 

  • 50% van de leerlingen zag de feedback, een kwart miste die.  

  • De helft van de leerlingen wilde dat de leerkracht de vervolgstappen in het leerproces zou verwoorden en slechts een derde wilde dat zelf doen.  

Verankering en groeipad

Leerkrachten schatten de effecten van formatief handelen dus wat positiever in dan leerlingen. Niet alle feedback op het leerproces die ze gaven, werd bijvoorbeeld herkend. Een flink aantal leerlingen voelde zich voldoende eigenaar van hun eigen leerproces om te vragen om meer oefenstof; maar veel leerkrachten constateerden ook dat de betrokkenheid van de klas nog beter kan: de helft van de jongeren wilde immers nog steeds dat de leerkracht de teugels in handen houdt en vervolgstappen in het leerproces reguleert. 

De collectieve leercultuur die is ontstaan zal de scholen hopelijk blijvend veranderen. De waardering van leerkrachten voor formatief handelen is gestegen en het concept wordt meer in de klas gebruikt. Leraren zetten het ook in bij leerlingbegeleiding en willen ouders en anderen erbij betrekken. 

Risico’s

Maar leerkrachten zien nog wel risico’s. Het lerarentekort is zonder twijfel het grootste, maar ze noemen ook de werkdruk: hoeveel draagkracht mag school vergen van collega’s en lopen er niet te veel initiatieven tegelijk? Ten slotte is de instroom van minstens 35 nieuwe collega’s per jaar op iedere school een hersenkraker: Door te focussen op teacher leaders en leidinggevenden, hoopt men op doorontwikkeling van het project. Deze collega’s kunnen implementatie bij andere leerkrachten ondersteunen en borgen, ook bij nieuwkomers. 

Dit implementatieproject is gesubsidieerd door Leerpunt in schooljaar 2024-2025. 

Verder lezen?