Doorgaan naar content

Implementatie van een evidence-informed gedragsbeleid

Wat houdt het project in?

Vrije basisschool ’t Hagekind Tielt-Winge streeft ernaar de sociaal-emotionele vaardigheden van alle leerlingen te versterken door een gedragsbeleid te implementeren dat door het hele team toegepast wordt. Naast het leren corrigeren van moeilijk te hanteren gedrag, ligt de focus op interventies en strategieën die positieve sociale reacties en emotioneel welzijn bevorderen. Het schoolteam doet dit in professionele leergemeenschappen, waarbij met een onderzoekende houding wordt gewerkt aan het omzetten van inzichten in materialen en interventies om zo een schoolcultuur te creëren waarin alle leerlingen zich goed voelen. Het team wordt hierin begeleid door de pedagogische begeleidingsdienst OZCS Vorselaar en Leersteuncentrum Oost-Brabant.

Dit project is gesubsidieerd door Leerpunt in het schooljaar 2024-2025.  

Per implementatieproject ontwikkelde Leerpunt een poster. Je vindt er ondermeer het onderwijsniveau, de methodologie, de relevante thema’s, de doelstellingen en verwachte resultaten.

Samenvatting van het project

Naar een evidence-informed gedragscultuur: rust en duidelijkheid in de klas

Gedragsproblemen van leerlingen kunnen voor onrust en chaos in de klas zorgen. Meer kennis verwerven van moeilijk gedrag en afspraken maken hoe erop te reageren kan helpen. Lagere school ’t Hagekind ging er mee aan de slag.

Introductie 

Op Vrije basisschool ’t Hagekind in Tielt-Winge namen gedragsproblemen merkbaar toe. Het team was ervan overtuigd dat leerlingen (en zijzelf) beter gedijen in een rustige omgeving. In groepjes besloten de leerkrachten naar hun eigen handelen te kijken, meer te weten over gedrag en hoe daarop te reageren, en duidelijke evidence informed afspraken te maken. De rust keert geleidelijk terug in school. 

Context en aanleiding 

Onrust, frustratie en onzekerheid in de klassen. Leerkrachten zagen het met lede ogen aan: een verslechterend leerklimaat als gevolg van toenemende gedragsproblemen, met name bij kinderen met speciale onderwijsbehoeften. Leerkrachten begrepen vaak niet goed waar het gedrag vandaan kwam en waarom, en vonden het ingewikkeld er adequaat op te reageren. Steeds meer groeide daarom het besef dat ze meer kennis nodig hadden, en dat er een duidelijke evidence-informed én gezamenlijke visie moest komen op gedrag. Ook wensten ze schoolbrede afspraken over hoe op bepaald gedrag te reageren. Schoolregels dus, die zouden kunnen variëren tussen kleuterschool en lagere school, en misschien zelfs tussen de jongste en oudste groepen in de lagere school. Schooljaar 2024-2025 moest het allemaal gaan gebeuren. 

Behoeftenanalyse 

Teamleden op ’t Hagekind waren al gewend evidence-informed te werken. Eerder was er een schoolbreed professionaliseringstraject gedaan rond het boek 12 Wijze lessen, met nadruk op de implementatie van expliciete directe instructie (EDI). Leerkrachten waren dus inmiddels gewend om onderwijsonderzoek kritisch te selecteren, verwerken en toe te passen in hun professioneel handelen. 

Om beter te kunnen omgaan met moeilijk gedrag, werden nu kleine professionele leergemeenschappen (PLG’s) of werkgroepen samengesteld rond thema’s als klassenmanagement, cognitieve ontwikkeling (met executieve functies en mindset), inclusie en sociale en emotionele ontwikkeling.  

Plan van aanpak  

Schoolbreed werden data verzameld uit leerlingendossiers en uit bevragingen van leerlingen, ouders en leerkrachten. Vervolgens werd er een beginsituatie op papier gezet, waarin zorgen, vragen en verwachtingen rond gedrag concreet werden beschreven. Dat maakte inzichtelijk aan welke doelen de PLG’s concreet konden werken.  

Iedere PLG selecteerde nu wetenschappelijke bronnen, praktische materialen en inspirerende voorbeelden om mee aan de slag te gaan. Deze werden bij elkaar gezet in een digitale Teams-map waar iedereen bij kon. Voor de kleuterschool verzamelde een PLG specifieke data over sociale interacties van de leerlingen.  

Een overkoepelend beleidsteam, bestaande uit directeur Nathalie, zorgcoördinatoren-leerkrachten Jasmien en Natalie, leerondersteuner Rebecca van leersteuncentrum ONWPB en gedragsexpert Evi van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, bood (inhoudelijke en organisatorische) ondersteuning aan alle PLG’s. Zij planden bijvoorbeeld de groepsgerichte professionaliseringsactiviteiten zoals een training klasmanagement en routines door Gert Verbrugghen en een training gedrag door Evi. Maar zij coördineerden niet alleen op papier, Nathalie begeleidde bijvoorbeeld ook actief de PLG cognitieve ontwikkeling en klasmanagement, Natalie de PLG sociale en emotionele ontwikkeling. Zij borgden mede de continuïteit en kwaliteit. 

Uitvoering 

Leergesprek 

De kwaliteit zit hem vaak in de details. Voor iedere PLG-vergadering stelden de coördinatoren bijvoorbeeld een duidelijke agenda op, inclusief de bronnen die zouden worden behandeld. Zo konden leerkrachten zich goed voorbereiden op de leergesprekken in de vergadering. Daar bespraken ze inzichten uit de bronnen, maar deelden ze ook praktijkervaringen en reflecteerden op eigen en elkaars handelen. Dit proces bevorderde het delen van kennis, en zorgde voor meer verbondenheid en een gedeeld begrip tussen leerkrachten. Steeds gingen ze heen en weer tussen de theorie, praktijk en data in een specifieke klas en op deze specifieke school. Soms verspreidde een PLG de opgedane kennis naar het hele schoolteam door een korte terugkoppeling of door het aanreiken van concrete tools.  

Gedeeld leiderschap 

De PLG’s streefden naar gedeeld leiderschap, maar in de praktijk bleken leerkrachten ook veel behoefte te hebben aan structuur en begeleiding. Ervaring en draagkracht waren factoren die daarbij een rol speelden. Ook eigen interesse speelde mee, en tijd. Zo werd er op gelet dat niet meerdere leden van een PLG naar dezelfde nascholing gingen. De ruimte voor gedeeld leiderschap echter die het beleidsteam gaf, resulteerde wel in een gevoel bij leerkrachten dat dialoog mogelijk was, dat zij eigenaar waren van het proces en er samen op konden reflecteren. Dat bevorderde het professioneel leren. 

Schoolbezoek 

Het beleidsteam moedigde ook uitwisselingen aan, zodat leerkrachten uit de PLG’s konden leren van de praktijk in andere scholen. Het legde contact met scholen, waarna leerkrachten zelf een bezoek planden. Voorbereid met een kijkwijzer en vragen die ze opgehaald hadden in de leergesprekken, gingen leerkrachten observeren en deden bij terugkomst verslag in de PLG.  

Resultaten 

Meer vertrouwen 

Geleidelijk aan kregen de leerkrachten van ’t Hagekind meer vertrouwen en handvatten om moeilijk gedrag beter te begrijpen en er beter mee om te gaan. Dat bleek uit bevragingen van het team, zelfevaluaties, (in)formele gesprekken met leerkrachten en vragen die zij zelf aan PLG’s stelden.  

Leerkrachten werden kritischer over bestaande routines en waren meer bereid die te herzien. Ze zagen nu namelijk dat deze effect hebben op het gedrag en het welzijn van de leerlingen. Ze weten nu meer over (moeilijk) gedrag. En ze zijn in het algemeen beter geworden in het gebruik van kennis uit externe (wetenschappelijke) bronnen in de praktijk (transfer). Het is aannemelijk dat ze nu strategieën die het klasklimaat verbeteren kunnen inzetten, maar dat zal in de komende schooljaren moeten blijken. Sommige interventies zijn al wel uitgeprobeerd, geanalyseerd en bijgestuurd door individuele leden van een PLG, andere groepsgewijs. 

Kwaliteitskaarten 

Afspraken over hoe te reageren op moeilijk gedrag zijn in personeelsvergaderingen vastgelegd op kwaliteitskaarten. Deze worden af en toe verspreid via nieuwsbrieven. Het gedragsbeleid dat uit de verschillende PLG’s is voortgekomen is met alle teamleden besproken. Het zal in schooljaar 2025-2026 worden ingevoerd en het zal leidend zijn voor verdere professionalisering en voor gesprekken tussen leerkrachten, beleid en zorgcoördinatoren. 

Speelplaats 

Voor de speelplaats zijn specifieke afspraken gemaakt binnen de PLG die schoolbreed worden ingevoerd. Het gaat dan om afgebakende speelzones, een rustige ruimte en een doorschuifsysteem. 

Toekomst 

De beleidsgroep verwacht een verdere verfijning van klassenmanagement en gedragsstrategieën om moeilijk gedrag te voorkomen. Het feit dat leerkrachten nu meer zicht hebben op de invloed van hun eigen handelen op het gedrag van leerlingen zal in de komende jaren waarschijnlijk effect hebben op het klasklimaat. 

Er blijven toch nog wat kanttekeningen. Zo bleek gebrek aan tijd en financiën een structureel probleem: evidence-informed werken vergt ruimte voor verdieping, dialoog en herziening van praktijk maar dat gaat niet zonder die twee. Niet alle geplande interventies konden bijvoorbeeld uitgevoerd worden in het geplande schooljaar vanwege een tekort aan middelen. 

Er waren ook intermenselijke factoren. Zo hadden sommige PLG-deelnemers in het begin het gevoel dat er beslissingen vóór hen werden genomen. Ze voelden daardoor minder autonomie en gedeeld eigenaarschap. Ook hanteerden niet alle leerkrachten dezelfde opvattingen over wenselijk gedrag of hoe hiermee om te gaan. Het ontwikkelen van een gedeelde gedragscultuur is een continu proces. Ten slotte waren ouders soms spelbrekers. Zij waren niet altijd op de hoogte en deelden soms ook niet de visie van het schoolteam op gewenst gedrag. Op deze vlakken liggen er kortom nog kansen voor verbetering. 

Dit project is gesubsidieerd door Leerpunt in schooljaar 2024-2025.  

Verder lezen?