Doorgaan naar content

Samen bouwen aan excellent onderwijs: versterking van de klaspraktijk voor betere leerresultaten

Wat houdt het project in?

Dalende leerresultaten zetten de leraren van basisschool De Puzzel in Hoboken al aan tot zelfreflectie en bijsturingen. Zo werd ingezet op expliciete directe instructie om wiskundig denken bij leerlingen te verbeteren. Via dit project wordt leerruimte voorzien zodat de leraren expliciete directe instructie duurzaam in hun lessen kunnen implementeren. Tegelijk wordt een interne leercultuur bevorderd door gezamenlijke reflectiemomenten en coaching. Inspiratie wordt gehaald uit collegiale visitaties in binnen- en buitenland, en de pedagogische begeleidingsdienst OZCS ondersteunt het traject.

Dit project is gesubsidieerd door Leerpunt in het schooljaar 2024-2025.  

Per implementatieproject ontwikkelde Leerpunt een poster. Je vindt er ondermeer het onderwijsniveau, de methodologie, de relevante thema’s, de doelstellingen en verwachte resultaten.

Samenvatting van het project

Basisschool De Puzzel gaat voor excellent onderwijs 

Het team op lagere school De Puzzel in Hoboken maakte een flinke ommezwaai. Samen besloten ze: juist hun ‘kansarme’ leerlingen hebben optimistische doorzetters nodig voor de klas die voorspelbaar en effectief onderwijs geven. Ze vonden de weg omhoog met behulp van EDI).

Introductie: buurtschool verzet de bakens 

De Puzzel is een kleine buurtschool aan de rand van Antwerpen. Twee op de drie leerlingen spreken thuis geen Nederlands, krijgen een schooltoelage en hebben een moeder met een laag opleidingsniveau (lage SES). Geen fantastische uitgangspositie om het ver te schoppen in het onderwijs. De leerresultaten van veel kinderen laten te wensen over. De inzet echter op expliciete directe instructie en op academisch optimisme bij leerkrachten laat zien dat het anders kan: er is verbetering in gang gezet. 

Context en aanleiding 

Aan de sfeer op school lag het niet, die is warm met aandacht voor ieder kind als uniek puzzelstuk van een groter geheel. De prestaties echter op het gebied van wiskundig denken voelden niet goed, vonden leerkrachten. De cijfers die leerlingen haalden op het einde van het zesde leerjaar bewezen dat ook: ze waren laag en flink lager ook dan op scholen met vergelijkbare populaties. Het feit dat het aantal leerlingen met een kansarme achtergrond op school steeg, deed bovendien vermoeden dat de uitdagingen alleen maar groter zouden worden in de toekomst. 

Behoeftenanalyse en doel 

Academisch optimisme 

Het team was dan ook meer dan bereid tot een andere aanpak. Dat kwam ook doordat de school betrokken raakte bij een masterproef rond academisch optimisme. Een gedeeld geloof in het leereffect van leraren, vertrouwen in leerlingen en ouders en hoge, haalbare verwachtingen kunnen een flink verschil maken volgens onderzoekers. Met andere woorden, niet alleen de lessen die men geeft, maar ook een bredere, optimistische schoolcultuur is bepalend voor het realiseren van meer gelijke onderwijskansen.  

Is dat wensdenken? Nee, het concept academisch optimisme is sterk onderbouwd in de wetenschappelijke literatuur. Gesprekken met de onderzoeker die de masterproef uitvoerde, overtuigden een aantal leerkrachten van De Puzzel nog sterker. Ze voelden zich aangesproken en begonnen spontaan na te denken over hun eigen lespraktijk en die van collega’s. Temeer omdat uit onderzoek is gebleken dat het stimuleren van professionele groei cruciaal is voor dat optimisme. 

EDI 

In plaats van de buurt of de achtergrond van hun leerlingen min of meer de schuld te geven, groeide bij leerkrachten van De Puzzel het geloof dat hun eígen professioneel handelen doorslaggevend is voor goed onderwijs. Het moest dus beter kunnen. 

Team en beleidsteam (directie, beleidsondersteuner, zorgcoördinator en intern pedagogisch begeleider) kozen samen voor professionalisering rond expliciete directe instructie (EDI). Dat zou als hefboom fungeren om het wiskundig begrip van leerlingen systematisch en doelgericht te verbeteren. 

EDI is een evidence-informed aanpak die uitgaat van heldere lesdoelen, een gestructureerde opbouw en actieve leerlingbetrokkenheid. De impact is overtuigend aangetoond in meta-analyses die door Hattie zijn beschreven (2009). In het boek Wijze Lessen van Surma en collega’s (2020) zijn ook veel evidence-informed handvatten voor EDI te vinden, met aandacht ook voor leerlingen in kwetsbare situaties. 

Plan van aanpak en uitvoering 

Van begin af aan stuurde De Puzzel op gezamenlijkheid. Tijdens een eerste studiedag nodigde het beleidsteam alle collega’s uit om mee te doen aan de koerswijziging. Pas als alle neuzen dezelfde kant op zouden staan, zou er echt iets kunnen veranderen: co-creatie werd het toverwoord in plaats van een top-down professionalisering. Alle leerkrachten werden actief gemobiliseerd. 

Gedeelde schoolvisie 

Een kernteam met vertegenwoordigers van de verschillende geledingen in de school herschreef de schoolvisie. Zij legden die vervolgens voor aan alle collega’s. Zo werd steeds nagegaan of stappen pasten binnen het gedeelde verhaal. 

In de nieuwe visie staan kwaliteitsvol onderwijs, gelijke onderwijskansen en het belang van sociale vaardigheden centraal. Er wordt evidence-informed gestreefd naar die doelen. De school leunt daarbij zwaar op Wijze lessen en op Expliciete Directe Instructie 2.0

De leerkrachten werden niet alleen geïnformeerd, maar ook gecoacht bij de implementatie van EDI door Anouk Vanderoost, beleidsondersteuner en trekker van het project. Ze hielp lessen voorbereiden, gaf lesvoorbeelden, observeerde, coachte en voorzag in materialen. Dankzij extra uren zorgde zij voor structuur en verankering. 

Gedeeld verhaal 

Leerkrachten waren verantwoordelijk voor verandering (eigenaarschap), en hun deelname aan de professionaliseringsactiviteiten werd nauwkeurig bijgehouden in een overzichtsdocument. Ze mochten echter ook kwetsbaar zijn en er was aandacht voor hun draagkracht. Wanneer het team bijvoorbeeld aangaf dat het tempo te hoog lag, werd er bewust gas teruggenomen. Leerkrachten zijn immers de motor voor verandering, zij moesten kunnen blijven draaien. De intern pedagogisch begeleider ondersteunde hen daarbij als begeleider en kritische vriend. In reflectiemomenten na klasbezoeken of observaties van modellessen werd steeds onderling uitgewisseld, zodat iedereen bijbleef in het hele verhaal. Wie dat nodig had, kreeg extra coaching. Feedback en gezamenlijke groei werden vanzelfsprekend. 

Feedback van buiten 

Feedback werd ook buiten de vertrouwde kring gezocht. Nadat een collegiale visitatie met een Vlaamse school door onvoorziene omstandigheden niet kon doorgaan, is voor november 2025 een bezoek aan basisschool Kunstrijk in Arnhem gepland. Hier staat een praktijkgerichte observatie met het hele team voorop. Met de projectmiddelen werd een bezoek aan drie researchschools van de Education Endowment Foundation in het Verenigd Koninkrijk voorbereid, dat eveneens rijke input opleverde voor een effectieve didactiek in elke klas.  

Experts van Thomas More Hogeschool ten slotte zorgden gaandeweg voor nog meer verdieping in het proces. Zo landde na een enquête het besef dat effectieve didactiek pas echt ingang vindt als het klassenmanagement op orde is. Een gebrek aan schoolbreed gedragen routines en regels stond dat soms in de weg. Maarten Dupont en Steven Verrets van TM hielpen in die lacune te voorzien. 

Plan-Do-Check-Act 

De PDCA-cirkel (Plan-Do-Check-Act) liep als een rode draad door het proces en toonde bijvoorbeeld al snel aan dat flexibiliteit nodig was. Voor het verzamelen van praktijkvoorbeelden van binnen de school in plaats van buiten, of voor het bijstellen van het tijdspad zoals hierboven gemeld. Ook ziekteverzuim en het lerarentekort vereisten een flexibele aanpak én leidden tot nieuw beleid: de directie is samen met IDEWE een onderzoek gestart naar mogelijkheden om ziekteverzuim preventief aan te pakken en naar structurele oplossingen voor het lerarentekort.  

Soms koos men ervoor niets doen na de C van Check: leerkrachten waren bijvoorbeeld bezorgd dat expliciet lesgeven meer tijd kostte. Er werd wel naar hen geluisterd maar ze werden ook begeleid met vertrouwen: verandering vraagt tijd, geef hen die.  

Resultaten: ruimte voor effectief leren 

Al met al was misschien het belangrijkste resultaat in dit traject wel het ‘samenverhaal’ zoals het op De Puzzel wordt genoemd: de verbondenheid in het team nam toe, leerkrachten voelden zich sterker en durfden hun aanpak met elkaar te bespreken. Groei van expertise, twijfelen, proberen en vieren gaan voortaan hand in hand.  

Het is nog te vroeg om een effect te zien in de resultaten van de leerlingen, de gestandaardiseerde toetsen zijn jammer genoeg nog niet binnen op het moment van rapportage. Het wiskundeonderwijs op De Puzzel is wel voorspelbaarder geworden en leerlingen krijgen meer ruimte voor effectief leren: leerkrachten hanteren een gemeenschappelijke taal, bouwen hun lessen op een vergelijkbare manier op (met dezelfde routines). Dat zorgt voor continuïteit, wie er ook voor de klas staat. Nu en in de toekomst trouwens, want voor nieuwe leerkrachten is er een EDI-draaiboek gemaakt. 

Als het aan het team ligt worden de lessen van dit schooljaar verbreed naar andere kennisgerichte vakken en op maat gemaakt voor de kleuters. 

Effectieve professionalisering: dit werkt! 

Het traject op De Puzzel voldoet aan alle kenmerken van effectieve professionalisering zoals we die uit de wetenschap kennen: 

  • Inhoudelijk sterk en onderbouwd met inzichten uit internationaal onderwijsonderzoek over wat werkt bij effectieve instructie,  

  • praktijkgericht,  

  • aandacht voor actieve leerprocessen

  • cyclisch en ingebed in samenwerking en collectieve reflectie.  

Verder lezen?