Vanaf het tweede leerjaar verschuift de focus van technisch lezen van het leren decoderen naar accuraat, vlot en vloeiend lezen waarbij leesnauwkeurigheid, leessnelheid, expressie en leesbegrip samenkomen. Die ontwikkeling vraagt blijvende, expliciete instructie en veel oefenkansen, ook in de hogere leerjaren van de basisschool. Sterk technisch leesonderwijs blijft essentieel, omdat vlot en vloeiend lezen de basis vormt voor goed leesbegrip.
Auteurs: Lieve Van Severen, Evelien Gheeraert
Technisch lezen is, net als begrijpend lezen, een essentieel onderdeel van leesvaardigheid en omvat het decoderen van geschreven taal in gesproken taal. Deze vaardigheid ontwikkelt zich in drie fases: voorbereidend technisch lezen, aanvankelijk lezen en voortgezet technisch lezen.
Bij het voorbereidend technisch lezen maken kleuters kennis met geschreven taal en ontwikkelen ze inzicht in de relatie tussen letters en klanken. Het formele leesonderwijs start doorgaans in het eerste leerjaar met het aanvankelijk lezen. Hierbij leren kinderen volgens het alfabetisch principe lettertekens (grafemen) koppelen aan klanken (fonemen) en deze samenvoegen tot woorden. Deze fase is voltooid wanneer alle klankletterkoppelingen geautomatiseerd zijn en leerlingen onbekende klankzuivere woorden vlot en correct kunnen decoderen.
Bij het voortgezet technisch lezen verschuift de focus van decoderen naar accuraat, vlot en vloeiend lezen. Accuraat lezen betekent foutloos lezen, terwijl vlot lezen slaat op een voldoende leestempo. Vloeiend lezen gaat nog een stap verder: leerlingen lezen niet alleen correct en vlot, maar ook met aandacht voor expressie, intonatie, leestekens en betekenisvolle woordgroepen. Er is een samenhang tussen vloeiend lezen en begrijpend lezen: Wanneer het decoderen onvoldoende geautomatiseerd is, wordt het werkgeheugen overbelast en komt leesbegrip in het gedrang. Accuraat, vlot en vloeiend technisch lezen zorgt ervoor dat de lezer al zijn aandacht op de inhoud van de tekst kan richten.
Om complexere woorden, zoals meerlettergrepige woorden, woorden met letterclusters en niet-klankzuivere woorden, accuraat en vlot te lezen, is het laten nadenken over morfologie (woordopbouw) ondersteunend. Inzicht in de opbouw van samenstellingen, afleidingen, vervoegingen en verbuigingen helpt leerlingen bij het herkennen en lezen van deze woorden. Ook sterke instructie en intensieve oefening van lettercombinaties, woorddelen en spellingspatronen speelt een belangrijke rol. Dit gebeurt niet alleen door te oefenen op woordniveau, maar ook op tekstniveau en in combinatie met spellingonderwijs. Immers, lezen en schrijven versterken elkaar.
Je kan als leraar het vloeiend lezen bevorderen door te modelleren, samen met de leerlingen herhaald te lezen en begeleide en individuele leestijd te voorzien (cfr. het GRIMM-model: het Gradual Release of Responsibility Instruction Model). Werkvormen zoals voor-koor-doorlezen, duolezen, theaterlezen en tutorlezen zijn hiervoor geschikt. Een keuze voor rijke teksten binnen verschillende domeinen en tekstsoorten zorgt voor inoefenkansen van accuraat, vlot, vloeiend én begrijpend lezen.
Begrippen en aandachtspunten
Leesvaardigheid is een combinatie van technisch lezen en begrijpend lezen. Technisch lezen verwijst naar de vaardigheid om geschreven taal om te zetten in gesproken taal. Het gaat over ‘het kraken van de schriftcode’. We kunnen technisch lezen opdelen in voorbereidend technisch lezen, aanvankelijk lezen en voorgezet technisch lezen, dat leidt tot vlot en vloeiend lezen.
Voorbereidend technisch lezen
Technisch lezen is een vaardigheid die moet aangeleerd worden. In Vlaanderen start het formele lees- en schrijfonderwijs doorgaans in het eerste leerjaar. Dat wil niet zeggen dat het stimuleren van technisch lezen pas begint in het eerste leerjaar. Integendeel, nog voor het leesonderwijs in het eerste leerjaar kan de (technische) leesstart voorbereid worden in de kleuterschool, als onderdeel van beginnende geletterdheid. Tijdens de kleuterperiode krijgen kinderen inzicht in de relatie tussen geschreven en gesproken taal, tussen klanken en letters.
Aanvankelijk lezen
Als kinderen leren lezen in het eerste leerjaar, leren ze stap voor stap hoe ze woorden kunnen lezen door de lettertekens (grafemen) in een geschreven woord te herkennen, deze lettertekens om te zetten in de bijhorende klanken (fonemen), die klanken vervolgens samen te voegen tot een woord en er betekenis aan koppelen. Dit inzicht in de relatie tussen lettertekens en klanken wordt ook wel het alfabetisch principe genoemd. Uit onderzoek weten we dat leesonderwijs dat werkt volgens het alfabetisch principe een goede basis vormt voor vlot lezen.
Het aanvankelijk technisch lezen is voltooid als alle klankletterkoppelingen geautomatiseerd zijn en kinderen onbekende klankzuivere woorden, dit zijn woorden die je uitspreekt zoals ze geschreven worden, kunnen decoderen. Vanaf dan start het voortgezet technisch lezen.
Voortgezet technisch lezen
Het doel van voortgezet technisch lezen is het verwerven van vlot en vloeiend lezen:
Bij vlot lezen ligt de focus op de techniek van het lezen zelf: het correct en zonder fouten (accuraat) lezen en (complexe) woorden, zinnen en teksten met voldoende snelheid (vlot) lezen. Als decoderen traag verloopt, neemt dit veel werkgeheugen in beslag, wat het leesbegrip belemmert.
Bij vloeiend lezen lezen kinderen niet alleen correct en vlot, maar ook met expressie. Er is aandacht voor leestekens, betekenisvolle woordgroepen en pauzes, intonatie en klemtoon. Om betekenisvolle woordgroepen, pauzes en klemtonen te kunnen bepalen is een goed begrip van de tekst noodzakelijk. Vloeiend lezen vormt dus de verbinding tussen het leren decoderen en lezen met begrip.
1/ Vlot lezen
Kinderen moeten complexere woordtypes accuraat en vlot leren verklanken, zoals meerlettergrepige woorden (bv. schat-kaart), woorden met letterclusters (bv. herfst) en woorden die niet-klankzuiver zijn en dus anders worden uitgesproken dan de klankletterkoppeling in het Nederlands (bv. circus, vakantie). Dit vraagt expliciete instructie en inoefening. Die instructie omvat: instructie over morfologie, letterclusters en typische lees- en spelmoeilijkheden.
Door instructie te geven over de morfologie van woorden geef je kinderen inzicht in hoe woorden zijn opgebouwd. Deze taalbeschouwingsbril helpt de leerlingen om complexere woorden te lezen. Enkele tips:
Laat kinderen nadenken over de opbouw van samenstellingen, bv. Een wasdraad is een samenstelling van twee woorden, namelijk was en draad. Om dit lange woord te lezen, helpt het te zien dat dit woord is opgebouwd uit twee woorden.
Geef betekenis aan voor- en achtervoegsels, bv. On-gevaar-lijk: ‘on’ staat voor niet, ‘gevaar’ is het grondwoord, ‘lijk’ is een achtervoegsel om van een zelfstandig naamwoord een bijvoeglijk naamwoord te maken. Bovendien is-lijk een vast achtervoegsel dat je niet-klankzuiver kan uitspreken.
Sta stil bij vervoegingen van werkwoorden, bv. Be-taald is het voltooid deelwoord van betalen) en verbuigingen (bv. ‘je’ in tas-je duidt op een verkleinwoord). Om betaald en tasje vlot te lezen helpt het te weten dat de e in be-taald en tas-je niet als /e/, maar als een doffe e wordt uitgesproken.
Het inoefenen van veel voorkomende lettercombinaties helpt om (nieuwe) woorden correct te lezen. Dit gebeurt vaak door woordreeksen in te oefenen, bv. woorden die allemaal eindigen op het achtervoegsel -lijk zoals eerlijk, gevaarlijk. Wanneer je dan een nieuw woord op -lijk tegenkomt, helpt het ingeoefende spellingspatroon om het nieuw woord te herkennen en accuraat te lezen. Enkele tips:
Oefen het lezen van woorden met letterclusters, zoals str- in strand en strik. Stimuleer de leerlingen om niet letter per letter te verklanken, maar de clusters als een geheel te lezen.
Besteed ook aandacht aan woorden met specifieke leesmoeilijkheden, bv. th in thermometer en ’s in ’s morgens.
Leer de kinderen dat lettertekens soms anders uitgesproken worden dan ze geschreven worden, bv. leenwoorden zoals cool en smartphone, kunnen niet klankzuiver uitgesproken worden.
Train deze leesmoeilijkheden niet alleen geïsoleerd in woordrijen, maar zeker ook bij het (herhaald) lezen van teksten in verschillende contexten, bv. tijdens het begrijpend lezen van een verhaal, een stappenplan of een informatieve tekst in een les wereldoriëntatie.
Lezen en schrijven zijn bovendien twee kanten van dezelfde medaille. Als leerlingen de spelling van deze woordtypen, lettercombinaties en leesmoeilijkheden inoefenen, heeft dat een positief effect op de leesaccuraatheid en -vlotheid.
Tot slot geldt ook in de hogere leerjaren geldt dat spellinginstructie en het oefenen en onderhouden van leesmoeilijkheden accuraat en vlot lezen bevordert. Het is echter niet zo dat leerlingen alsmaar sneller lezen naarmate hun leesvaardigheid stijgt. Ze kunnen dan complexe teksten net rustiger lezen en zo investeren in het vloeiend lezen.
2/ Vloeiend lezen
Vloeiend lezen is een combinatie van leescorrectheid, leestempo, expressie en leesbegrip. Het betekent dat je erin slaagt om woorden, zinnen en teksten tegelijkertijd te decoderen én te begrijpen. Dit komt tot uiting in je intonatie en expressie door rekening te houden met leestekens, klemtonen, pauzes, ritme …
Wanneer je als leraar een tekst expressief voorleest en aandacht schenkt aan de leestekens en het leesbegrip, modelleer je het vloeiend lezen:
Je bespreekt eerst de inhoud van de tekst, bv. Waarover gaat de tekst? Welke woorden zijn nieuw?
Daarna schenk je aandacht aan leestekens en intonatie: Op het einde van de zin staat een punt. Dan neem ik een korte pauze. Hoe kan je een zin lezen met een vraagteken? Deze zin staat tussen aanhalingsteken: Sarah zegt: “ik ben zenuwachtig”, dat betekent dat Sarah dat zegt. Als ik die zin voorlees, mag ik ook wat zenuwachtig klinken.
Tot slot bekijken we welke woorden bij elkaar horen en dus een woordgroepje vormen. Woorden in een woordgroepje lezen we na elkaar (zonder pauze), ook al staan die woorden op twee verschillende regels.
Vloeiend lezen kan je aanleren door niet alleen te modelleren, maar ook door samen met de leerlingen hardop en herhaald de tekst te lezen en leerlingen voldoende individuele leestijd te schenken. Zorg voor (dagelijkse) leesroutines waarbij leerlingen voldoende oefenkansen in vloeiend lezen krijgen. Werkvormen, zoals voor-koor-doorlezen, duolezen, theaterlezen en tutorlezen, zijn hiervoor erg geschikt.
Voor-koor-doorlezen betekent dat je als leraar eerst zelf voorleest, waarna de leerlingen samen met jou of samen met de hele klas lezen en tot slot individueel lezen.
Duolezen is een geschikte werkvorm voor begeleid lezen: twee leerlingen lezen om beurt hardop een regel. De kinderen geven elkaar feedback, een lastig woord lezen ze in koor. Op die manier zijn alle leerlingen betrokken en actief aan het lezen.
Theaterlezen is een voorbeeld van herhaald samenlezen waarbij twee of meer leerlingen een theatertekst samen luidop lezen en hierbij verschillende rollen voor hun rekening nemen.
Bij tutorlezen leest de leerling samen met een begeleider (tutor). De tutor is een rolmodel met een betere leesvaardigheid dan de tutee (leerling), dit kan een oudere leerling of een volwassene zijn. De tutor geeft het goede voorbeeld. Door de één-op-één relatie kan de tutor het lezen monitoren en onmiddellijk feedback geven. Tutorlezen heeft een positief effect op de leesvaardigheid én de leesmotivatie van zowel de tutee als de tutor.
Voor het oefenen van vloeiend lezen kan gebruikgemaakt worden van diverse teksttypes: verhalen, theaterteksten, gedichten en zelfs informatieve teksten. Op die manier wordt herhaald oefenen van je eigen rol, je geselecteerde gedicht of een interessant weetje ook betekenisvol en motiverend voor de kinderen. Wanneer je rijke teksten herhaald leest, grijp je niet enkel kansen om het vlot en vloeiend lezen in te oefenen, maar kan je ook het begrijpend lezen versterken door telkens vanuit een andere invalshoek de tekst te bespreken en zo tot dieper tekstbegrip te komen.
Ten slotte, blijf ook in de hogere leerjaren aandacht besteden aan het herhaald hardop en vloeiend lezen van teksten of boekfragmenten en de leesmoeilijkheden die deze teksten bevatten.
Differentiatie
Kinderen verschillen aanzienlijk in de tijd die zij nodig hebben om technische leesvaardigheid te verwerven. Het helpt om naast de reguliere leestijd in de klas extra instructie- en leestijd (in en uit de klas, tijdens of na schooltijd) in te plannen voor risicolezers die onvoldoende profiteren van de standaardinstructie en oefenmomenten.
Samengevat, vanaf het tweede leerjaar verschuift de focus van decoderen naar vlot en vloeiend lezen. In de volledige basisschool is systematische aandacht voor technisch lezen essentieel. Wanneer een leerling vloeiend, geautomatiseerd technisch leest, kan deze al zijn aandacht op de inhoud van de tekst richten. Van leerlingen vlotte en vloeiende lezers maken is dus ook investeren in leesbegrip. Daarom blijft een sterke leesinstructie en intensieve oefening, ook bij het voortgezet leesonderwijs, ontzettend belangrijk.
Bronnenlijst
Eskes, M. (2020). Technisch lezen in een doorlopende lijn. Pica.
Geudens, A., Schraeyen, K., Taelman, H., Trioen, M., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T.F.H. (2021). Bouwstenen voor effectieve taaltrajecten. Praktijkgids voor taalondersteuning in het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Antwerpen: Universiteit Antwerpen. Laatst geraadpleegd op 7/6/2026 via https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestand.ashx?nr=14126
Geudens, A., Schraeyen, K., Bellens, K., Taelman, H., Trioen, M., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T.F.H. (2022). Les in lezen. Umbrella review van effectief leesonderwijs in het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.
Gheeraert, E. & Van Severen, L. (2026). Leerbuffet Nederlands. Voorbereidend technisch lezen (kleuters) en technisch lezen (lager onderwijs). Leerpunt. Laatst geraadpleegd op 7/6/2026 via https://leerpunt.be/leerbuffet
Hebbrecht, J. & Vansteelandt, I. (2023). Van leerlingen lezers maken. Handboek voor krachtig leesonderwijs. Lannoo Campus.
Leerpunt. (z.d.). Phonics-aanpak. Toolkit Leren & Lesgeven.
Swart, E. & Van der Hoeven, J. (2018). Welk effect heeft tutorlezen op de ontwikkeling van technische leesvaardigheid? Nationaal Kennisinstituut Onderwijs. Laatst geraadpleegd op 7/6/2026 via https://www.kennisrotonde.nl/vraag-en-antwoord/effectiviteit-en-voorwaarden-tutorlezen
Tiebout, K., Verachtert, P., Geudens, A., Schraeyen, K., Bellens, K., Taelman, H., Trioen, M., Casteleyn, J., Simons, M., & Smits, T.F.H. (2023). Les in lezen. Inspiratiegids voor effectief leesonderwijs in het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Antwerpen: Universiteit Antwerpen. Laatst geraadpleegd op 7/6/2026 via https://medialibrary.uantwerpen.be/online/asoe/les-in-lezen-inspiratiegids/
Van den Branden, K. & Vanbuel, M. (2025). Taal in de basisschool. Pelckmans.
van der Leij, A. & Vernooy, K. (2023). Technisch lezen in het primair onderwijs. Nationaal Kennisinstituut Onderwijs. Laatst geraadpleegd op 7/6/2026 via https://www.onderwijskennis.nl/kennisbank/technisch-lezen-in-het-primair-onderwijs#contributions-block
Gelieve naar deze vraag te verwijzen als:
Leerpunt (2026). Waarom is het belangrijk om in de kleuterklas te werken aan fonemisch bewustzijn? https://leerpunt.be/vraagpunt/alle-vragen/technisch-lezen-tweede-leerjaar