Wat houdt dit project in?
Het project Modelscholen creëerde een krachtige, evidence-informed professionaliseringsaanpak voor basisscholen door professionele ontwikkeling centraal te zetten.
Vijf startscholen kregen begeleiding om effectieve didactiek en evidence-informed werken systematisch in hun schoolcultuur te verankeren. Via leerteams, lesobservaties en studiedagen werd stapsgewijs gebouwd aan een duurzame professionaliseringscultuur. Schoolleiders volgden een hybride leiderschapsprogramma en gingen op werkbezoek bij een school in Engeland (Birmingham). Het Expertisecentrum Onderwijs en Leren bracht actuele kennis binnen over breinwerking, cognitieve psychologie en de bouwstenen uit Wijze Lessen, wat een wetenschappelijke basis bood voor de ontwikkeling van klasmanagement en didactisch handelen.
Drie gevorderde scholen fungeerden als krachtige praktijkvoorbeelden: zij deelden hun expertise met de startscholen via schoolbezoeken, stages en intervisie, terwijl ze zelf verder werkten aan verdieping en borging. Ook buitenlandse modelscholen uit Nederland en Engeland droegen bij via werkbezoeken, stages en betrokkenheid in de stuurgroep. Zo ontstond een eerste aanzet tot een schooloverstijgende leergemeenschap waarin scholen van en met elkaar leren. Het project versterkte de praktijkkennis van leraren en liet tegelijk voldoende eigenaarschap voor hun professionele groei.
In de beschrijving van dit project wordt het proces van de startscholen belicht.
Doel van het project:
Het project zette vijf doelen voorop.
Kennis en inzichten binnenbrengen over hoe leren werkt
Het project had als eerste doel om de startscholen een stevige, gedeelde kennisbasis te geven over breinwerking, cognitieve psychologie en de bouwstenen van effectieve didactiek. Die kennis gold als basis voor evidence-informed werken en voor het versterken van klasmanagement en didactiek.Evidence-informed didactiek systematisch implementeren
Het professionaliseringstraject wilde de startscholen ondersteunen in het vertalen van deze kennis naar hun dagelijkse klaspraktijk. Via studiedagen, leerteams, lesobservaties en kernteams werd gewerkt aan het opzetten, verfijnen en verankeren van effectieve didactische routines in de klas.Schoolleiders versterken in onderwijskundig leiderschap
Een specifiek doel was om de schoolleiders van de startscholen te versterken om het veranderproces gericht aan te sturen. Via het Engelse schoolleidersprogramma kregen directies inzichten in gedragsmanagement, effectieve instructie en het ontwikkelen van een kennisrijk curriculum.Een duurzame professionaliseringscultuur op school uitbouwen
Het project wilde de startscholen ondersteunen bij het installeren van leerteams, kernteams en lesobservaties als vaste onderdelen van hun werking. Zo zouden leraren opnieuw eigenaarschap opnemen over hun professionele groei en nauw samen leren rond wat werkt voor leerlingen.Een netwerk van kennishubs creëren
Een bredere doelstelling was het opbouwen van een Vlaams, netoverstijgend netwerk van startscholen, gevorderde scholen en buitenlandse modelscholen dat kennis deelt, uitwisselt en verder professionalisering stimuleert.
Procesverloop
Het verloop van het project, de beslissingen en hun onderbouwing worden hier verder toegelicht per fase.
Fase 1: Context en aanleiding
Vijf startscholen wilden hun onderwijskwaliteit versterken en zochten naar concrete, onderbouwde manieren om hun werking meer evidence-informed vorm te geven. Daarom werd een traject opgezet dat eerst focuste op kennisopbouw, hoe leren werkt, welke principes uit de cognitieve psychologie relevant zijn, en waarom dit een noodzakelijke basis vormt voor effectieve didactiek. Vervolgens kregen de leraren de tijd, ruimte en begeleiding om deze inzichten om te zetten in hun dagelijkse klaspraktijk via leerteams, observaties, feedback en verfijning.
Tegelijk sloten drie gevorderde scholen aan die al ervaring hadden met evidence-informed werken en hun groei wilden versnellen. Zij fungeerden als inspirerende praktijkvoorbeelden en deelden hun inzichten via werkbezoeken, intervisie en stages. Het netwerk werd verder versterkt door een tiental Nederlandse en Engelse modelscholen, die al jaren expertise hadden opgebouwd en de Vlaamse scholen ondersteunden via uitwisselingen, stageweken en deelname aan de stuurgroep. Samen ontstond zo een leer- en verbeternetwerk waarin scholen van, met en naast elkaar leerden, telkens met hetzelfde doel: kwaliteitsvol onderwijs stevig baseren op wat werkt.
Hoewel de projectperiode van juni 2024 tot augustus 2025 beperkte ruimte liet om volledige schoolteams vooraf te betrekken, herkenden alle teams een gedeelde ambitie: investeren in praktijken die leiden tot meer duurzame leerwinst.
Met die focus engageerden de scholen zich voor een parallel traject in vijf scholen. Ze startten leerteams op met alle leraren en vormden een kernteam dat de implementatie zou trekken. De initiële focus lag op het versterken van effectieve didactiek. Schoolleiders en beleidsondersteuners namen deel aan netwerk- en intervisiemomenten en volgden het leiderschapsprogramma, zodat zij het leerproces gericht konden ondersteunen en verankeren.
Het professionaliseringstraject voor de startscholen bouwde voort op het boek Wijze Lessen: 12 bouwstenen voor effectieve didactiek (Surma e.a.), dat fungeerde als basis. Tijdens drie studiedagen maakten de schoolteams kennis met geselecteerde bouwstenen en de onderliggende cognitieve principes. In leerteams verdiepten directies, beleidsmedewerkers en vooral leraren deze inzichten verder en zetten ze de eerste stappen naar toepassing in de praktijk. Begeleiders van het Expertisecentrum Onderwijs en Leren ondersteunden dit proces via observaties, opvolging en gerichte feedback, waardoor scholen hun implementatie steeds verder konden aanscherpen.
Elke school kreeg bovendien vakliteratuur ter beschikking om de lees- en leercultuur op school te versterken (zie bronnenlijst) Scholen kozen zelf welk materiaal het best pastte bij hun noden. De literatuur werden strategisch geplaatst in de leraarszaal, waar ze door het lerarenteam geconsulteerd konden worden. Daarnaast haalden de teams ook inspiratie uit de leidraden van Leerpunt (zoals hoge verwachtingen en differentiatie) en de 14 bouwstenen voor effectieve professionalisering van EEF.Doorheen het projectjaar nam de leesactiviteit zichtbaar toe. Vooral de kernteams maakten intensief gebruik van de boeken, maar steeds meer scholen brachten de inzichten breder binnen via bijvoorbeeld wekelijkse nieuwsbrieven. Zo groeide stap voor stap een onderzoekende cultuur, waarin leraren zich samen verdiepten in wat werkt op vlak van leren.
Fase 2: Plan en ontwerp
De startscholen volgden een traject bestaande uit drie sporen: een schoolbegeleidingstraject rond de 12 bouwstenen voor effectieve didactiek, een schoolleidersprogramma en schoolobservaties.
Tijdens het schoolbegeleidingstraject volgden de leerteams en de kernteams van de betrokken scholen 3 pedagogische studiedagen waarin de bouwstenen van Wijze Lessen centraal stonden. Ze leerden onder meer hoe je duidelijke instructie geeft, hoe voorbeelden helpen bij het leren en waarom gespreid oefenen en toetsen als leerstrategie zo belangrijk zijn.
Het schoolleidersprogramma hielp directies om te focussen op sterke lessen en duidelijke afspraken. Alle leraren namen deel aan de studiedagen en leerteams, waardoor er een gedeelde taal ontstond. Via exit-tickets na de studiedagen, kijkwijzers voor lesobservaties en reflecties in de leerteams gingen leraren bewuster aan de slag met hun lespraktijk. Verschillende scholen merkten dat de motivatie om te leren groeide en dat leraren steeds vaker kozen voor inhoudelijke werkgroepen. Via de financiering van het project kon exta mankracht ingezet worden op de startscholen die ruimte gaf om deze groei te ondersteunen. Veel scholen werkten ondertussen aan een vernieuwde visie en een plan om blijvend in te zetten op effectieve didactiek, gedragsmanagement en een kennisrijk curriculum.
Daarnaast brachten de scholen bezoeken aan Engelse modelscholen en Vlaamse gevorderde scholen om praktijkvoorbeelden te observeren. . Hoewel het traject voor alle scholen gelijkliep, was er ook ruimte voor maatwerk: sommige teams werkten bewust met minder bouwstenen.
Het Expertisecentrum Onderwijs en Leren volgde elke school op en stemde af om de begeleiding scherp te houden.
Fase 3: Uitvoering en vooruitgang
De professionalisering werd georganiseerd via een combinatie van schoolinterne studiedagen voor het volledige team, gevolgd door verwerking en verdieping in kernteams en leerteams. Daarnaast vonden observatie- en opvolgingsmomenten plaats om de impact op de klasvloer zichtbaar te maken. Alle schoolteams bezochten gevorderde of buitenlandse modelscholen, en per school gingen twee tot zes teamleden op een meerdaagse stage om praktijkvoorbeelden van effectieve didactiek en klasmanagement van dichtbij te ervaren. De schoolleiders namen deel aan een hybride opleiding onderwijskundig leiderschap, met een conferentiedag, webinars en een werkbezoek aan Engelse scholen. In alle activiteiten stond het versterken van inzichten rond effectieve didactiek, gedragsmanagement en een kennisrijk curriculum centraal, net als het leren van en met andere scholen.
Door de cyclische voortgang binnen het project konden scholen voortdurend analyseren, uitvoeren, monitoren en gericht bijsturen. De concrete invulling van de studiedagen, zoals welke bouwstenen van effectieve didactiek behandeld of herhaald werden, werd afgestemd op de noden en het tempo van elke school. Daarnaast werd het projectverloop breed gemonitord via regelmatige terugkoppelingen, input van de professionaliseringsbegeleiders, feedback van gevorderde scholen en intervisiemomenten.
Hoewel de opvolging intensief was, bleef de ruimte voor grote aanpassingen in de planning beperkt doordat pedagogische studiedagen en schoolbezoeken reeds vastlagen voor de projectstart. Hierdoor moest het traject mee aansluiten bij de beschikbare kalender. Uit bevragingen bleek dat de beoogde doelen in grote mate bereikt werden en dat scholen gemotiveerd zijn om ook na het project verder te bouwen op de ingezette verbeteringen.
Fase 4: Borging en resultaten
Alle scholen geven aan dat ze hun leerteams blijven voortzetten. Door deel te nemen aan dit project kwam de aandacht voor sterk lesgeven opnieuw centraal te staan in de scholen: niet alleen in de leerteams, maar ook tijdens personeelsvergaderingen en andere overlegmomenten werd bewust tijd gemaakt voor didactiek, klasmanagement en gedeelde reflectie. Doorheen het projectjaar bekeken de teams hun bestaande werkgroepen kritisch en maakten ze richting 2025–2026 meer ruimte voor inhoudelijke werkgroepen.
Startscholen meldden positieve ervaringen met observaties, feedback en gezamenlijke analyses van praktijkvoorbeelden zorgen ervoor dat scholen deze werkvormen blijven gebruiken om de kwaliteit van hun onderwijs stap voor stap te versterken.
De scholen geven aan dat focus ligt op het kernproces van onderwijs en leraren voelen zich eigenaar van het leerproces van hun leerlingen. Teams spreken, denken en werken meer vanuit gedeelde inzichten en een gezamenlijke ambitie om leren te verbeteren. Doordat ze de eerste positieve effecten in de klas percipiëren, groeide ook de motivatie om verder te gaan. Deze goesting vormt basis voor verdere verdieping en duurzame verankering in de komende schooljaren.
Resultaten
De projectbegeleiders geven aan dat focus terug leggen op didactiek, geslaagd kan genoemd worden. Deelnemende leraren geven ook aan dat hen het proces bewust terug in handen doen nemen, een goede zet was. Leerkrachten en schoolteams gingen niet alleen sommige dingen anders doen, maar gingen wellicht ook wat ongewijzigd bleef in de didactische aanpak bewuster doen.
Succes- en belemmerende factoren
Kennis over hoe leren werkt vormde de basis voor vrijwel alles wat binnen het traject Modelscholen als kennishubs gebeurde. Die inzichten lagen aan de grondslag van onderwijskundig leiderschap, effectieve didactiek en sterk klasmanagement, en werden bovendien duidelijk herkenbaar tijdens de werkbezoeken aan Nederlandse, Engelse en Vlaamse modelscholen. Dat teams steeds opnieuw konden teruggrijpen naar dezelfde onderbouwde principes, en deze gedeelde kennisbasis stap voor stap verder konden uitbouwen, bleek zowel een noodzakelijke voorwaarde als een van de krachtigste succesfactoren van het project.
De aanwezige voorkennis verschilde wel tussen scholen. Dit vroeg om een gedifferentieerde aanpak. Het werd duidelijk dat kennis over hoe leren werkt een sterke hefboom was om dat draagvlak te creëren.
Professionalisering
Welke kenmerken van effectieve professionalisering kwamen naar voor in het project? Om deze in kaart te brengen werden zowel de EEF-leidraad ‘A school’s guide to implementation’ als het kader uit Hoe kan je de impact van professionalisering voor leraren in kaart brengen? (Merchie, E., Tuytens, M., Devos, G., & Vanderlinde, R. (2016)) gebruikt.
De professionalisering bestaat uit twee soorten kenmerken: inhoudskenmerken en structurele kenmerken.
Inhoudskenmerken
Focus op inhoud
De kennisbasis over hoe leren werkt, vormde het fundament van het project, zowel voor effectieve didactiek, klasmanagement als een kennisrijk curriculum. Het expertisecentrum voorzag de scholen daarnaast van concreet materiaal, zoals bouwsteenfiches, formats voor kernteams en intervisie, leskijkwijzers en een online leergang die de implementatie in de praktijk hielp versterken.
Focus op (vak)didactiek
Het begeleidingstraject voor de startscholen vertrok vanuit de 12 bouwstenen van Wijze Lessen en richtte zich op het toepassen van sterke didactiek en klasmanagement in de dagelijkse praktijk.
De gevorderde scholen werkten specifiek aan het versterken van hun leesbeleid, via ondersteuning (Zo leer je kinderen lezen en spellen van José Schraven) en bezoeken aan modelscholen met een krachtige leesaanpak.
Eigenaarschap van inhoud en het proces bij professionele ontwikkeling
De startscholen stapten in omdat hun leerresultaten daalden ondanks sterke inspanningen. Het project had als doel deze trend om te keren door didactiek en klasmanagement te versterken. Alle scholen lijken inmiddels de eerste positieve effecten te zien.
Structurele kenmerken
Duur
De professionalisering van startscholen richtte zich bewust op de volledige schoolteams: alle leerkrachten namen deel aan de studiedagen, observaties, opvolgingsmomenten en leerteams. Elk team kreeg drie studiedagen rond effectieve didactiek, aangevuld met twaalf observatie- en opvolgingsmomenten en verschillende intervisies, voorbereid en opgevolgd in nauw overleg met kernteams en schoolleiding. De leerteams kwamen gemiddeld tweewekelijks samen.
Daarnaast speelden werkbezoeken en stageweken een belangrijke rol. In november en december 2024 gingen volledige de schoolteams van de startscholen een halve dag op werkbezoek bij de gevorderde scholen in Kontich en Eine en bij modelscholen in Rotterdam en Utrecht. In de tweede helft van het schooljaar, van februari tot mei 2025, vonden de stageweken plaats. Twee tot zes teamleden per startschool volgden twee tot vijf dagen de dagelijkse werking op een van de gevorderde scholen. Deze momenten boden zowel inhoudelijke verdieping als rijke kansen om kennis te delen binnen en tussen scholen. Voor schoolleiders vormden de sessies van het opleidingstraject onderwijskundig leiderschap eveneens waardevolle momenten van uitwisseling en gezamenlijke groei.
Collectieve participatie met interne en externe collega’s
Georganiseerd in scholen of onderwijskundige locaties
De studiedagen, leerteams en kernteams vonden plaats in de school zelf, de werkbezoeken en stageweken in de bezochte school.
Actief leren op basis van onderzoek
De leerteams, samen met de observatie- en opvolgingsmomenten, waren bedoeld om de kennis uit de studiedagen écht te verwerken en toe te passen in de klas. Scholen konden daarbij eigen accenten leggen, maar de verwachting om effectief te oefenen en uit te proberen was duidelijk voor iedereen. Het traject werd onderweg bijgestuurd op basis van feedback: zo werd het aantal bouwstenen per studiedag beperkt en later opnieuw herhaald, en werden inzichten rond klasmanagement toegevoegd op vraag van schoolteams en directies.
Kwaliteit van de trainer
De startscholen werden begeleid door ervaren projectmedewerkers met een achtergrond in lesgeven, leidinggeven en het toepassen van effectieve didactiek. De projectmedewerkers hadden maandelijks een overleg om de trajecten binnen de scholen op elkaar af te stemmen en ervaringen te delen. Het gecombineerd inzetten van kennisdeling én opvolging in de klas, via observaties en gerichte feedback, werd door de scholen gezien als een essentieel onderdeel van de succesvolle implementatie.
Voor de gevorderde scholen werd daarnaast samengewerkt met vakdidactische experts om specifieke domeinen, zoals leesonderwijs, verder te versterken. In samenwerking met het Expertisecentrum werd bovendien een traject rond instructional coaching (onderwijskundig coachen van leraren met het oog op verbetering van hun klaspraktijk) opgezet, waarbij ook internationale expertise werd meegenomen.
Betrokken scholen
Naam school | Gemeente |
Vrije Basisschool KBO Eine | Oudenaarde |
Vrije Lagere School voor Buitengewoon Onderwijs KBO De Horizon | Oudenaarde |
Gemeentelijke Basisschool - A-Ha!School | Kontich |
Gemeentelijke Basisschool - 't Kofschip | Duffel |
Vrije Basisschool - Ursulinen | Mechelen |
Vrije Basisschool Langemark | Langemark-Poelkapelle |
Gemeentelijke Basisschool - Voortkapel | Westerlo |
Vrije Basisschool - De Bladwijzer | Genk |